Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
49
Den jongeren nochtans quam die gesintheyt aen.
Men zeide, wild' ick haer van mijn bewind ontslaen.
Men sonde my op 't minst gelijcken danck voor geven,
Als voor het lang en soet met my vergunde leven.
Wat vader was ick om mijn' kindren af te slaen ?
Soud ick se niet soo geern in vrede laten gaen,
Als ick se geern behiel, die altoos heb betrachten
Altoos daer op gestaen, geen vrienden te verkrachten,
Geen' gasten gaens gesint: doch willigh in 't gelach.
Te houden in mjjn cier al wat ick houden mach?
En kan ick 't soo wel doen en laten by de vremden,
En niet by kinderen, my naerder als mijn' hemden.
Sy sochten vryheit en gesagh aen eigen diss.
Lang meerderjaerighe: dat kan haer mijn gewiss
Ten goede duyden, en wie en waerom ten quade?
Die 't best begrijpen will, gae met sjjn hert te rade.
Cluys-Werck, V. 69-86.
Hoeveel gezond verstand er in zulk een oordeel over
het zamenwonen van eenen grijsaard met zijne reeds over-
lang ouders gewordene kinderen steke, — hoe zeer de
goedrondheid van den omgang het gezin in een bemin-
nelijk licht plaatst — zonen, die niet aarzelen het eenen
vroeden vader voor te stellen, — een bedaagde, die het
billijke van het verzoek erkent, of hij zelf nog jong was,—
de Haegh van 1680 blijkt niet zoo ongelijk te zijn ge-
weest aan 's Gravenliage van 1840, of de leeghe praters
verbaasden er zich over, of de dwaze tongen relden er
van. Het doet Huygens eer aan, dat de onverdiende gis-
ping, aan welke zijne kinderen, door hunne scheiding
ten doel stonden, hem ergerde. Had hij dan vroeger ver-
geefs van zijn kroost gezongen: