Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
45
ons te doen zien, welk werck hem in zijne cluys bezig
hield; kluysenaer en stelleman zoo als hij zich reeds in
vroegere Dichtstukken noemde, van Zeeuwsche afkomst
als hij was.
Het tafereel leidt Huygens, — die in het geheele Stuk
vertrouwelijk kout, als een man, die de hoofdbijzonder-
heden zijns levens reeds vroeger heeft geboekt, en nu eenen
laatsten en langen blik op den avond van zijnen dag werpt,
en zich onwillekeurig verheugt dien dus te hebben door-
gebragt, en zich echter verwijt hem nog niet beter te
hebben besteed; — het leidt Huygens ongezocht, zeggen
wij, tot den wensch dat de omgang tusschen oude en jeugd
vertrouwelijker ware:
Dit wenscht' ick jonge lien wat meer ter herten namen
Dan ick 't behertight heb. Men vind niet all by namen,
In alle schryveren 't omstandighste bericht
Van all dat ouderen haer ooren, haer gesicht,
Van haer' onmondighe tot haer beiaerde jaeren.
Hier opentlyck, daer in 't geheim, is wedervaeren.
Veel oude brengen daer een kennis in haer graf
Daer voor een nasaet wel een dusend dancken gaf;
Als 's achterhaelbaer was: wat heb ick wel vergeten
Met vragen t'onderstaen, wat heeft hij wel geweten.
Die dertigh jaeren schier mijn wyse vader was,
En om de zeventigh en vier, mij noch te ras
Ter tyd uyt wierd geruckt! wat heb ick sien geschieden,
Dat ick mijn' kinderen verr beter kost bedieden.
Dan 't haer uyt yemands mond of pen gebeuren kan.
En, sochten sy 't, hoe geern queet icker my niet van.
Cluys-Werck, V. 29—44.
Eene dubbele les. Eerst de kloeke levensbeschouwing,
die het voor gegeven houdt, dat het vorige geslacht aan