Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
44
dat ons in dit Cluys-werck ter hand kwam; het is eene
schets van Huygens zeiven, hoe hij zijne dagen sleet in
vierentachtigjarigen ouderdom, — moge het leven hem
tot over de negentig, tot in zijne doodsure toe, even zoet
zijn geweest! Het vers is dus ongeveer twee jaren jonger,
dan zijn Latjjnsch gedicht de Vita Propria, door den
Heer (thans Professor) Hofman Peerlkamp in 1807 uit-
gegeven, en door wijlen A. Loosjes Pzn, vertaald, —
twee beroemde namen, waardig met dien van Huygens in
éénen adem te worden genoemd, hoe onderscheiden ook
de vakken hunner studie waren. A. Loosjes Pzn., die de
biographie had verdiend, hem met al de liefde eens leer-
lings door A. Drost toegedacht, waarvoor 's mans zoon
bouwstoffen verzamelde, maar wier beider ontwerpen door
den dood werden verijdeld! Hofman Peerlkamp, die, vol
van den geest der Ouden, Huygens in hunnen stijl schetste,
doch eenen meer harmonischen indruk zou hebben te
weeg gebragt, indien hij den avond van zijn leven door
den zachten glans dier vroomheid, welke den tijd en den
man onderscheidde, had opgeluisterd. Eigenaardig besluit
dus het Cluys-werck het vier- of vijftal verzen, waarin
Huygens de belangrijkste bijzonderheden van zyn open-
baar en huisselijk, van zjjn dichterlijk en gezellig, van zijn
in ieder opzigt verdienstelijk leven, deels aan het publiek,
deels aan zijn gezin, vertrouwelijk mededeelde. Het Dicht-
stuk schijnt uitgelokt door de vraag eens vriends: Wat
Huygens op zoo vergevorderden leeftijd bewogen had, zich
van kinds- en kindskinderen te scheiden en alleen te gaan
wonen? een vroeger onbekend feit. Een aardig tafereel,
hoe hij zich als grootvader in den kring der zijnen met
het geklap van een mooi kleindochtertje plagt te ver-
maken — eene groep, eenen genialen genreschilder waar-
dig! — opent het vers, dat, minder rijk aan namen en
feiten, dan de uitvoerige Vita Propria, bestemd is, om