Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
43
aardige trek van eenen waren Dichter, voor wien niets
te laag is, om het tot zich op te beuren, niets te hoog,
om het als zijne stof te beheerschen — vertaalde hij bloem-
lezingswijze, en onderwierp eigene voortbrengsels aan den
strengen toetssteen, dien hem uitheemsche vernuften in
handen gaven: een der veelzijdigste Letterkundigen zijns
tijds. Burger in de stad, Hoveling in de Vorstelijke zaal,
buitenman op het veld, schijnt hij overal te huis; in het
heir als op de beurs, — in de werkplaats, als op het
tooneel, — in het vooronder van een beurtschip, als in
het Kabinet onzer Prinsen; want de natuur, de maat-
schappij, de wereld, om strijd zijn zij zijner studie waardig;
de Voorzienigheid gaat over alles; welke harer beschik-
kingen verdient niet, dat hij ze gadesla, verstandelijk vroom
Christen als hij is? Wij hebben van zijne beminnelijkheid
als mensch; wij hebben van zijne vaderlandsliefde als
burger gewaagd; wjj noemen hem den geestigste onzer
sneldichters, schoon ook hij aan het valsch vernuft zijns
tijds offerde, — wij achten hem den aardigste onzer zeden-
gispers, al ergert bekrompene kieschheid zich aan de
waarheid zijner voorstelling, — lofs genoeg voorwaar, en
echter is het beeld nog niet volkomen. Opregtste en daarom
leerzaamste onzer Autobiographen, ziedaar den titel, die
hem nog bovfen zijne overige toekomt; als Dichter, als
Wijsgeer, als Christen inheemsch, geheel zeventiende-
eeuwsch, zoo ge mij het woord vergunt, heeft zijne indi-
vidualiteit niets, dat hij voor u behoeft te verbergen.
Altijd Hollander, Hagenaar, Hervormde, drie voorregten,
voor welke hij God dankt, is zijn huisselijk leven in har-
monij met zijn maatschappelijk verkeer, met zijn burgerlijk
gedrag: een degelijk, een geheel, een waar man.
Ziedaar Huygens, ziedaar het geheim zijner verdiensten!
Vooral in het laatste opzigt, als schilder van zijn eigen
hoofd en hart, zijn wij hoog ingenomen met het geschenk,