Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
40
Nu swygen al uw schelle snaren,
D' yvoyre fluyt, de soete keel,
Daer 's vryers goddelykste deel,
De siel omhoogh op plagh te varen.
Doe sy ten ooren uytgelockt,
Ghy haer tot in den hemel trockt.
Uw onvolwrochte beelden treuren,
En roepen al: ick sterf, ick sterf.
Papier, panneel verschien syn verf,
Men siet geen leven in de kleuren
Van uw tapyten, met de naald
En syde na de kunst gemaelt.
Nu sult ghy geest noch wysheyd soecken
In 't Neerduytsch, Fransch of in 't Toskaensch,
Nocht u vermaecken in het Spaensch,
En lesen 't keurighst uyt de boecken;
Of antwoord geven op 't Latijn
In Duytsch, als u gevraeght sal zyn.
Hoe kan uw moeders hart verswelgen
Dien al, dien al te bittren dranck,
'tOntijdigh missen van die ranck.
Het levenst van haar lieve telgen!
Geen boom en scheyt van synen tack
Als met een sucht, en met een krack.
Uw suster houd niet op van karmen.
Die hallef dood u sterven sagh
En tot de kin verdroncken lag
In haer getrouwen broeders armen,
Die driemael, maer vergeefs, besocht
Of hy uw leven redden moght.