Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
39
Vondel herdacht den dood van het begaafde meisjen met
de navolgende regels:
O jonge Son, geteelt van d' ouwe,
Hoe word ghy ons soo ras ontrooft!
Hoe sit uw vader over 't hoofd
Gedompeld, aan den Rhijn, in rouwe.
Als aen den Po 't geslacht der son
Weleer betreurde Phaëton.
Wy sagen hier den avond vallen
Doen gy in 't Oosten opgepronckt
Met Straelen in het Westen sonckt
Niet veer van Leydens hooge wallen.
Een nevel sonck ons op het hart,
En was de voorbó van uw smart.
Wy stonden reed met blijde rijmen
Om u te leyden na het koor;
Te volgen het gebloemde spoor,
En vrolijck licht van uwen Hymen:
Maar God, aen uwe siel verlooft.
Heeft d' aerdsche fackel uitgedooft.
Een oogenblick heeft soo veel gaven,
Gedaelt van 't hemelsch paradijs
Op u verslingert, in het ijs
En sneeu, op 't onversienst begraven.
Een waterslang verbeet die bloem
Van onse jeughd, der maeghden roem.