Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
37
^e natte kleederen tegen drooge verwisseld: een helder
brandend vuur aangelegd: warme dranken gekookt: al het
noodige in een woord aangewend, om de verkleumden te
verwarmen. Bij allen had dit de gewenschte uitwerking;
alleen bij Kornelia niet. Ofschoon zij 't eerst gered was
geweest, had haar teêr gestel de koude, het ingezwolgen
nat, den schok, den schrik, wat het wezen moge, niet
kunnen verduren, en alle middelen, welke de kunst aan-
wendde, bleken vruchteloos te zijn.
Vier dagen later had te Leyden een aandoenlijke plech-
tigheid plaats. De voortreffelijke maagd werd in het graf
van haren grootvader Junius bijgezet.
Vossius zelf geleidde den rouw. Overgekomen op het
vernemen der treurmaar, was hij het nog geweest, de diep
bedrukte vader, die den zijnen troost had ingesproken en
hen vermaand te berusten in den wil des Allerhoogsten.
"Wel had hij zielskracht noodig, de eerwaardige grijsaart
Kornelia was het derde van zijn huwelijkspanden, dat hem
ontviel, en geen twee jaren verliepen er, of hem werden
ook de bloeiende Johanna en de wakkere Gerard door
kwaadaardige koortsen ontrukt. Ook zijn zoons Franciskus
en Mattheus gingen voor hem ten grave: en Izaak, de
eenige, die hem overleefde, trok naar verre landen. Toen
Vossius in 1C49 overleed, was er niet één van zijn acht
kinderen over, om hem de oogen te sluiten en zijn zwaar
beproefde weduwe te troosten.
"Winius verliet eerlang de Nederlanden: hij keerde naar
Moskou terug, waar hij de belangrijke fabriek zijns vaders
overnam en gaande weg tot hooge eerambten klom. Nog
eenmaal, in 1658, bezocht hij dezen Staat, doch nu met
een bijzondere zending door den Tsaar belast bij hunne
Hoogmogenden. Schitterend was de ontfangst, welke hem
te dier gelegenheid te Amsterdam verbeidde, en nog ge-
tuigt hiervan onder anderen zijn afbeelding, naar 't oor-