Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
36
' schijn, gaf zich met hem te water en voerde hem, zwem-
mende, naar een veilige stede.
Ten tweeden male was Mattheus in de open bijt ge-
sprongen, en, den bolderwagen bestijgende, haalde hij,
daarin rondtastende, Johanna voor den dag, en bracht
haar naar den kant.
Inmiddels had de voerman, die eerst van het krat ge-
tuimeld en tusschen de paarden geraakt was, zich op den
wagen weten te werken, waar het nu aan hem en aan
MattheuS; die zich voor de derde maal te water begeven
had, gelukte, Junius uit het rijtuig en vervolgends op het
ijs te brengen: Hier was nu de hulpvaardigheid van alle
kant in de weer met mantels en doeken, met brandewijn
en andere ververschingen.
„Wij moeten loopen,'' riep Mattheus: „loopen voor ons
leven; anders verstijft ons de koude. Daar ginds staat een
boerewoning. Daar heen ! daar heen!"
„Ja! loopen!" riepen al de geredden als uit eenen mond r
allen — behalve eene.
Kornelia riep niet mede. Zij lag in den arm van haar
geliefde: haar blonde vlechten dropen van 't ijskoude nat:
de kleur des doods lag op haar gelaat en haar blaauwe
lippen murmelden de woorden, door Vondel aan de vrouw
van Roscius in den mond gelegd:
„/^" zivijm, ik sterf, ik ga te gront."
„Groote God! zij sterft!" gilde Winius radeloos uit: „O,
de heilige Cecilia van mijn droom! — Waar is warmte.^
Waar is vuur? —'' En, haar verstijfde leden in zijn armen
en aan zijn hart klemmende, liep, neen, holde hij 't land
op naar de boerewoning, door al de overigen gevolgd,,
die, schoon onbeladen, hem nog in zijn toomelooze vaart
niet konden bijhouden.
Met liefderijkheid werden onze drenkelingen ontfangen.