Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
35
Ziende, dat hem dit, zoo lang hij de baan hield, niet ge-
lukken kon, dewijl aldaar altijd een der andere rijtuigen
vlak voor hem bleef, joeg hij, zonder zich te stooren aan
het verbod van Mattheus, die, half uit het portier liggende,
hem toeriep, dat hij zijn vaart zoude minderen, zijn
paarden ter zijde van de baan. Hier had men in de vo-
rige nacht sloppen gehakt om te visschen, en het water
was er met niet meer dan een dun vlies bedekt. Zoodra
de voerman er op kwam, bemerkte hij het gevaar en
poogde het weder te ontwijken; — doch het was te laat.
Men hoorde een krak, gevolgd van een ijzingwekkenden
gil, als uit eenen mond aangeheven, en de wagen stortte,
met al wat hij bevatte, door de dunne ijskorst heen in
't water.
De omstandigheid, dat Mattheus zich aan 't portier be-
vond, had ten gevolge, dat hij, zonder zelf te weten hoe,
zich 't eerst en dadelijk weder op 't ijs bevond. Daar waren
het gejoel en de drukte opeens van aart veranderd: en
onder kreten van angst en schrik snelde men van alle
zijde ter hulp aan: — ofschoon nog in 't eerst zonder
middel om die te bewijzen: en half besluiteloos stond de
menigte om den plas, die zich gevormd had, en waar zes
menschen in de diepte lagen te spartelen.
„Een plank! een plank! en touwen!" riep Mattheus, en
toen, zonder zich te bedenken, ontdeed hij zich van zijn
bovenkleederen, sprong weêr in het kille nat en zwom
door de brokkelende ijsschotsen naar het rijtuig. Daar hief
zich Winius uit den wagen op en reikte hem Kornelia toe:
Mattheus nam den vracht van hem over, en zwom er mede
naar den rand der bijt, waar hij haar aan de zorg van
eenige der aanwezige vrouwen toevertrouwde.
Winius was inmiddels weder in de diepte verdwenen:
hij had zijn bruid gered: nu moest hij zijn kweekeling
hulp verleenen: weldra kwam hij met den knaap te voor-