Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
33
„Weet gij het niet?" zei Kornelia: „Dr. Antonius
Roscius vereenigde het predikambt met de beoefening der
geneeskunst en kwam in 'tijs om, ten gevolge zijner ver-
geefsche pogingen om 't leven zjjner vrouw te redden.
Van den Vondel schreef dit klinkdicht op zijn dood!
Zijn Bruyt t' omhelzen, in een beemt, bezaeit met roozen,
Of in het zachte dons, is geen bewijs van trou:
Maer springende in een meyr, daer 't water stremt van kou.
En op de lippen vriest, zich te verreuckeloozen.
Dat 's van twee uytersten het uyterste gekozen,
Gelijck mijn Roscius, beklemt van druck en rou,
In d' armen houdt gevat zijn vracht, en waerde vrou.
En gloeyt van liefde, daer 't al kil is, en bevrozen.
Zy zuchte, och lief! ik zwijm, ik sterf, ik ga te gront.
Hy sprack: schep moed, mijn troost! en vingh in zijnen
mont
Haer adem en haer ziel. Zy hemelde op zijn lippen.
Hy volght haer bleeke schim naer 'tzaligh paradijs.
Vraeght iemant u naar trou, soo segh: zy vroos tot ijs
En smolt aen geest en hij gingh met haer adem glippen.
Kornelia had bij 't opzeggen van deze schoone regels
aan haar stem een uitdrukking van zoo diepen weemoed
gegeven, dat Winius er onwillekeurig van ontzette, en niet
minder over de woorden, welke zij volgen liet:
„Wat zegt gij Andreas?" vroeg zij, terwijl zij met een
blik vol onbeschrijfelijke teederheid in de oogen zag:
„kunt gij het van u verkrijgen, hen te beklagen, die zoo
sterven ?''
't Was of een vlijmend staal den jongeling door de borst
voer; en op eens stond hem de droom voor den geest, dien
3
-X-