Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
BRIEVEN VAN HOOFT.
aan anna en tesselschade roemers. 1)
Mfjoffrouwen,
Verschiet niet. Hier koomt de geest van den verdroncken
majeboom aan. Maer die soo lang in de hel verkeert
heeft, onder de geesten van Lucianus, wordt van geen
schimmenstem vervaert gemaeckt. Indien hy niet klaer
genoeg spreeckt, ick bid er voor, dat hy de paley ontgaen
moge, ten aensien dat der geesten gewoonte is binnens
mondts te spreecken. En 't gedenckt my der geweten te
hebben, die de duisterheit voor de Duitsheit van uitspraeck
verkooren, om te beter geesten te schijnen. Maer vraeght
U Ed. hoe ick dus bekent met de geesten koom, dat ik
haer praetjes weet nae te vertellen; 't is dat ick dat ge-
selschap ten naesten by onder de ooghen gesien heb, door
't gevaer van mijn vrouw die nu beter is, God heb lof
ende U E.E.
1) VgL Gedichten, Ed. Leendertz, I, 192.
2) Bij hun bezoek aan Muiden schenen ze zich met Lucianus
te hebben beziggehouden (van Vloten).