Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
399
kleeren te raken; Wel haast wierd 't gezelschap weder ver-
zogt, in 't eetkamertje te treden, daar ik de tafel bedekt
vond, met de koude ribbe, een bankethammetje, een slaatje,
met een ybokkentje, rookvleesch, booter en kaas, mandelen
en razynen, alles al vry wel in order geschikt. Wy gingen
op nieuws aan 't peuzelen, aangezeten zynde op de zelfde
wyze als 's middags. Wy waren toen aan malkander gewend,
en wel eens zo vry en vrolyk als van te voren. Motje die
de wyn heel monde, na dat ze gezegt had, dat het ge-
zigt en 'tgevry van de jonge lui haar weer jeugdig maakte,
begon een deuntje uit ten trueren op te zingen; Deze kans
nam ik waar om den vryer een slag toe te voegen, waar
mede ik mee myn voordeel dagt te doen, en vroeg 't goede
besje, of ze niet een deuntje van den ouden tyd wist, daar
zo wat van zoenen in kwam. Terstond was ze gereed, en
ze bragt 'er eentje voor den dag uit de beste doos, waar in
de zoentjes zo dicht stooven als hagel. De Meisjes, en Ag-
nietje voornamentlyk, hielden zig in 't begin wat weigerig,
dog zo dra ik haar verzekerd had, dat zulks onder de eer-
lykste dogters de manier was, als de Manlui het maar niet
te bond maakten, en Jacob zyn bekje daar op had toege-
voegd, zie je 'tnouw teel, Myn Heer zeid het ummers zelfs,
gong het zo glad, of 't van een leye dakje liep. Dit spul-
letje stond my zeer wel aan; Maar't is niet uit te drukken,
hoe Jacob in grasduinen ging! Hy was t'eenemaal opge-
toogen en verrukt en zyn geluk was te groot, als dat hy
het om zo te spreeken verzwelgen kon. Dog wanneer dit
zo wat geduurt had, sloeg Vader met een mes op tafel, en
verzogt het gezelschap zig wat stil te houden terwyl hy
wat te zeggen had daar aan gelegen was. Hoort vrien-
den sprak de goede man, 'tis nouw tyd om eens tot de
zaak te komen, alle jok op een stok, zei Klaasbuur, en...
Hier viel Moeder in zyne ree Je; Kom min, laat myn dat
liever eens zeggen, ik zal dat beter klaren denk ik. Je iveet