Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
398
en dewyl ik alleen by de liefjes bleef, vatte Jacob, die ein-
delyk op Agnietjes gezondheid een glaasje vyf ses in plaats
van een, geleegt had, vervoert door zyn liefde, en stout
door de v\yn, zyn Engel wat ruw in den arm, en wilde
haar met gewelt eenige zoentjes afpersen; Dog 't zoete kind
hield haar zeer gebelgd, en stiet hem te rug op een zeer
zagte manier. Is dat nou wel gedaan, myn alderliefste Menheer
Avocaat, daar we nouw reeds zo ver hennen, sprak Jacob, my
zyn nood met een bedrukt wezen klagende; Wel Jacob
antwoordde ik, 't meisje heeft evenwel zo veel ongelyk niet;
Je weet immers 't spreekwoord wel; Wys hy de Lui en mal
om een hoekje.... Om een hoekje, voegde me de goede hals
daar op toe; D:tn is 't nog erger; M'iarje bent zo een hraaf
man, Mi/n IJeer., spreek jy eens in de yeregtigheid; de koop is
nouw te naasten hy klaar; wat kwaad kan het dat ze me nu
en dan een klein vryheidje toelaat en als oj) de hand geeft. Hoor
eens Jacob, was myn antwoord, Agnietje overlegt haar saak-
jes zeer verstandig, want hoe meer men dikwils in dat slag
van koop op hand geeft, hoe min dat dezelve houd. Nauw-
lyks had ik dit geuit, tot groote verwondering van den
Yryer, die zig verbeelde dat het onmooglyk was, dat ?yn
patroon, waar in het ook mogt wezen, en by name in een
zaak, die hem zo reedelyk voorkwam, hem tegen zou vallen,
of 't gezelschap kwam weer binnen, en ik na eenige woor-
den iu 't geheim met Vader en Moeder gewisselt te hebben,
nam myn afscheid, daar toe gedwongen door eenige pres-
sante affaires; dog onder expresse voorwaarden van binnen
een uur of twee weer daar te zyn, en het koude gebraad
te helpen orberen. Op myn weeromkomst vond ik de vrien-
den in een ander vertrek by het vuur bezig met een eer-
lyk Lanterluitje te speelen, en vernam dat ze Jacob, die door
afgetrokkenheid van gedagten zig geduurig beest maakte, en
voornamentlyk door 't menigvuldig verzaken, schoon beet
hadden. Dog zulks scheen hem niet eens aan zyn' koude