Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
397
s.
en 't gaat je nog al teel of, ook. Wel nouw hou jyjou hg
die hoofsche mode; Ik zou wel mee doen; maar hoor ik
hen te oud om van gewoonte te veranderen. Ik hen tot die
grootsche zwier niet ojigevoed-, Je moeder en ik, jongen, {ver-
geet het van je leven niet, al kwam je tot nog zulken staat)
henjien hier in het burgerweeshuis groot gehrogt, en we hebhen
het van de grond of moeten ophaalen, zonder. God dank,
onze conscientie, of iemand te kort te doen, en terwyl we
een stuivertje voor de kinders overgegaart hebben, zo meugen
we teel lyden, dat ze fatzoenlyker zyn als wy: zeg me wie
ik ben, en niet wie ik geweest hen, seyd het ouwe Hollandsche
spreekwoord, wat seg jy Moeder. Eer heit je hart, Vader,
sprak de goede Vrouw daarop, wy willen ons niet uitgeven
voor 't geen we niet bennen, gelyk 'er meenig is die op
een stroowis is komen aandryven; maar niemant helt iets
op ons te zeggen, en een duid op ons te prittenderen, en
we meugen onze ooren schudden, dat ze klappen. Onder-
tusschen at nog dronk de goede Jacob bykans iets; hy
verzadigde zig, en maakte zig als dronken in 't aanzien
van zyn bekje; Hy bekeek haar zonder ophouden, als
of hy haar voor de eerste reize van zyn leven zag, of
wel, als of hy haar noit weder zien zou. Men zou gezworen
hebben dat hy stom en doof was, behalven als hy iets met
Agnietje te verhandelen had. Hoewel hy haar voor vast
het eeten niet misgunde, vatte hy haar geduurig by de
regter hand en keek dezelve aan als of hy 'er zyn maal
mee doen wou; Dog liet ze tienmaal in een kwartier uur
los, op d' eene of d' andere van de volgende berispingen:
schaam je uniet Jacob! eywat; hou tog je fatsoen ; foey wat
denken de menschen wel; Daar op miste Jacob niet altyd
excuus te verzoeken, en in een ogenblik in de zelfde fout
te vervallen. De schotels, die in haar zoort alle goed waren,
afgenomen zynde, ging het gansche huisgezin nevens Ag-
nietjes moeder, voor een oogenblik in een ander vertrek,