Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
390
van afscheid gebeden. Dog lioewel hy in zyn zaakjes al
zoetjes gevordert scheen, twyffel ik of hy wel tot zyn
voornemen zou gekomen hebben, zo zusje Keetje niet
tusschen beiden was gekoomen. Maar heden, Agnietje, sprak
de behulpzame sloof, dat is zo een zaak ook niet, dat zal
immers d'eerlykste jonge dogter aan geen wilde vreemd
weigeren, als ze van hem t'huis gebragt icord, en daar by
een zoentje is maar stof die het niet en lust die veegt het of..
Hier op liet het meisje zig gezeggen, en ik telde duidelyk
aan 't smakelyk geklap, dat het 'er drie zoentjes koste,
de eersten, naar ik vast geloof, die ze oit aan een man
gegunt had, en die ik niet geloof, dat de verrukte Kobus
voor drie duizend guldens zou hebben willen missen. Zedert
dien tyd mankeert het niet of Keetjezus komt haar nieuw
vriendinnetje ten minste een reis of driemaal 's weeks
bezoeken, en word aityd zonder fout van haar broer afge-
haalt, die by die gelegentheid, als 't weer het maar eenig-
zins toelaat, nu en dan de gunst geniet van met zyn liefje
een wandelingetje te doen, en by moeders afwezen, voor
zyn zusje niet ontziet, voor 't regt van zyn zuivere teder-
heid te plyten. Myn meiden niet alleen maar al 't vrouw-
volk van de buurt hebben 't heele werk al in de neus,
en Kobus kennende voor een welgesteld jongman, die de
meisjes voor zig zelve, en de moeders voor hare dogters
liever zoude hebben, spreeken zeer lebbig van de onvoor-
zigtigheid van buurvrouw, die zo eene verkeering toelaat;
Ik weet zelf, door middel van onze Meid Pieternel, dat
eenige wyven, kwansuis uit gedienstigheid, de moeder aan
boord geweest hebben om haar te overreden, dat het geen
egt spul met Kobus kan zyn, en al meende hy 't al, dat
ummers de Vader, die eigenaar is van verschelde huizen,
en een deftige kostwinning daarby heeft, in der eeuwig-
heid niet toe zou staan dat zen eenige zeun een Dogter
zonder goed zou trouwen; maar onze buurvrouw die gansch