Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
389
niet eens verleegen hoefde te wezen, en schoon zy hem
met de nek aanzag, dat hy niet voor 't hooft wierd ge-
stoten van jonge dogters die ruim tegen haar op konden.
Ik bleef op myn stoep staan om te zien, hoe dit werkje
af zou lopen, wanneer ik dit paartje tot myne uiterste
verbaastheid t' mywaards zag naderen, en by Agnietje
aankloppen. Dog die verbaastheid verminderde zeer wan-
neer ik hem 't zoete meisje, dat by hem was, met de naam
van zuster hoorde aanspreeken. Ik was toe terstond agter
het geheim, en ik bemerkte klaar, dat de verliefde Kobus
zyn nood aan zyn goede zusje geklaagt moest hebben, en
dat de liefde hem schranderheid genoeg had ingeboezemt
om te begrypen, dat 'er geen zekerer middel kon uitgedagt
worden, om toegang by zyn liefje te verkrygen, als dat
die twee meisjes met elkander kennis maakten. Of nu
deeze visite geschiedde onder voorgeven van 't maken
van eenig linden te bestellen, of dat de baan reeds van
te voren was klaar gemaakt, dat kan ik niet zeggen,
maar dit weet ik, dat de deur door de moeder zelve
wierd geopend, en dat zuster en broer beiden in huis traden,
de eerste al een weinigje ontzet, dog de ander zo bleek
als de dood, en buiten twyffel met een popelend hart.
Na dat ze ruim een uur gezeten hadden hoorde ik aan
't gestommel dat ze opstonden om te vertrekken, waar
op ik my op 't spoedigste aan myn venster begaf. De deur
geopend zynde hoorde ik de Moeder zeggen; Wel nou dan
Agnietje, 't is tog lief iceertje, ik mag het wel legen kind,
maar niet lang uit te hlyven. Neen Moeder, was 't ant-
woord, ik zal maar een grafje omgaan, terwyl Keetje 't me
zo verzoekt, binnen een klein half uurtje ben ik al weer
thuis. Hier op marcheerden ze af, en kwamen waarlyk
binnen de bestemde tyd weerom; Dog wanneer Agnietje
wou gaan aankloppen, wierd ze van haar minnaar te rug
gehouden, en met de beweeglykste toon om een zoentje