Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
28
VI.
If
Ne forçons point notre talent, zegt La
Fontaine, en ik weet niet of het mijne — zoo ik er al
eenig bezit — wel gelegen is in het schilderen van psy-
chologische toestanden. Ik zal daarom ook maar niet
beproeven, den strijd te verhalen, dien Winius te strijden
had, toen hij meer en meer bemerkte, dat zijn geluk aan
het bezit van Kornelia verbonden was: en liefde aan de
eene zijde hem noopte, zich te verklaren, terwijl aan de
andere zijde de vrees, dat Vossius hem, den onbekenden
balling, de hand zijner dochter niet schenken zou, den
hoogmoedigen jongeling het zwijgen opleide : gij zult u dit
alles mogen voorstellen, alsmede, hoe Kornelia van hare
zjjde den begaafden jongeling lief kreeg, hoe de ouders
die wederzjjdsche genegenheid bespeurden, en hoe eindelijk,
met hunne toestemming, en met goedkeuring van den
Gezant, het huwelijk tusschen de beide gelieven beklonken
werd. Ik verzoek u alzoo, met mij vijf maanden over te
springen en u op den 28®'®° Januari 1^38 te verplaatsen
buiten de Ileilige-wegspoort te Amsterdam. Dit zal u
misschien eenigzins moeilijk vallen, voor zooverre gij
niet te Amsterdam bekend zijt: ja zelfs, al waart gij er
geboren en opgevoed of al hadt gij er jaren gewoond ; —
immers die poort die, in 't jaar, waar mijn verbaal een
aanvang genomen heeft, geheel nieuw herbouwd was van
graauwen steen, werd weinige jaren later weder gesloopt
en nimmer weder opgericht; terwijl het oord, waar ik u
thands verplaatsen wil, heden ten dage zoo geheel verschil-
lend is geworden van hetgeen het nog was in 1638, dat
ik wel verplicht ben het eenigzins naauwkeuriger te om-
schrijven. Hetgeen men thands nog den Cingel noemt en
dat nu een binnengracht is, was vroeger, als gij weet, en,