Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
3S6
nooraen, zo als je wilt hebben dat ik na jou doe? Na jou
vernomen! myn liefste Agnietje, na jou vernomen! wel foei,
dan was ik liever dood. Ik hoef na jou niet te vernemen;
Ik hen zo verzekerd, als dat ik hier levendig voor je oogen
sta, dat je goedaardig hent, en dat je deugdzaam hent, en
dat je in allen delen zo een hupsche jonge dogter hent, als
'er op voeten gaan kan; Vraag me tog niet, hoe dat ik het
iceet, wel ik zie het in je lieve hakkesje en ik voel het
aan men hart; dat kan ummers niet bedriegen, en ik zou 'er
02) tvillen sterven, dat het waar is. Maar hoor Agnietje,
't zou me leed zyn datje om mynen 't wil kyven van je moeder
kreeg, en daarby voel ik dat jou handjes zo koud tcorden als
een bot, en dat gaat me aan myn ziel, laat ik je maar eens
een vraagje doen. Is 'er ook een ander Vryer die de eerste
brieven hy je heeft? Zie, dan zou ik van de zaak afzien, al
zou 't me nog zo hard vallen, want ik ben al te eerlyk een
kaerel, als dat ik een ander de voet dtcars zou willen zetten.
Kom aan, antwoordde Agnietje, daar wil ik je wel op
antwoorden ; Neen ik heb noit geen vryer gehad, maar
ik wil 'er ook nog geen hebben, al was hy nog zo; ik kan
daar nog wel een jaartje of tien meê wagten, en ik heb
myn Moeder te lief om 'er zo gaauw te verlaaten. Daarom,
buurvryer, doe geen vergeefsche moeite meer om myn. Zo
't zo met je gesteld is als je voorgeeft, zo zalje wel een
mooyer meisje krygen als ik, en een zoete stuiver 'er by, en
dat zou je by my niet vinden; Want men moeder en ik heb-
ben werk genoeg om door naarstigheid en goed overleg fat-
soenlyk door de waereld te komen. Og zo veel te heter, myn
lieve Agnietje, voegde de jongman haar daar op toe, zo veel
te meer pleizier zal ik hebben, als ik zo gelukkig zal mogen
zyn van je met meer gemak en rykelyker te doen leven. Og
mogt He voor eerst maar van je verkrygen, Agnietje lief,
dat ik je nou en dan eens mogt komen bezoeken; als je me
dat maar toestond, zou ik niet ruilen tvillen met de beste