Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
384
ik geweeten, dat je hier kwam om de gek wat mot me te
steken, je zoud men test niet gehad hebben; kom lustig
jy vriendje, geef jy de test maar gaauw weer over, en
marcheer maar af na andere meisjes die zo gek zyn, dat
ze aan zulke praatjes geloof slaan. Ik de gek met jou
steeken! ik de gek met jou steeken? zie, als ik zulke tcoorden
van je hoor, dan is H of ''er een mes deur men hart gaat.
Og myn Engel! og myn liartje lief, geloof dat van my niet,
daar is zo een ziertje valsheid in men heele hart van onder
tot boven niet; dat zal de heele tcaereld van me moeten ge-
tuigen, myn alderliefste bekje. Kom, kom maar, wierd 'er
hem op toegevoegt, talm maar niet, geef me maar aan-
stonds men test weerom; ik moet in huis gaan; en daarby,
ik heet geen bekje, geen hartje, geen Engeltje, en ik ver-
sta niet dat je me die malle namen langer geeft; Agnietje
ben ik gedoopt, en zo moet je me heeten als je me wat
tc zeggen hebt." Wel nou dan Agnietje lief, hervatte de
vryer zeer ontzet door de spytigheid van 't meisje, ik icist
niet dat ik 'er aan misdeed, die woordjes die zyn me zo van
zelf in den mond (jekoomen, zonder dat ik 'er na gezogt
heb. Ik hen nog onbedreeven in de waereld, en jg bent, zo
waar als ik leef, de eerste dogter die ik nog oit of oit
cuingesprooken heb; Xou ik zal m'er in het toekomende
voor wagten, myn cdderliefste Agnietje lief; Kom laat ik
je testje weer in Je stoofje zetten, maar ik hidje, staa men
nog maar een eenig ogenblikje te woord, wat zou Je daar
nouw aan hebben, dat ik van droef heid ziek wierd; Je hoeft
niet te gelooven 't geen ik Je zelf zeg, dat iveet ik immers
wel, maar laat na me hooren. Myn ouders woonen hier
digte hg in de .. .straat, en staan by ieder voor brave dege-
lyke luy bekend; ik ben 'er eenigste zeun, enheh maar eene
suster; Ze kunnen 't vry wel stellen, en ik kan een goed
ambagt, dat ik neerstig waarneem. Daar hy heb ik nog een
oud Motje, dat 'er tcarmpjes inzit, en van 'er reutjes leeft;