Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
382
niet lang bygebleven. Ik heb geleerd, dat de liefde die-
zo dikwils de schrandersten plomp maakt, al zo dikmaals
de onnozelsten snedigheid byzet, en gaven, voor hun zelf
tot nog toe verhooien, uit de ontdooide boezem doed
opborrelen. Zo dra die vermeesteren de passie eens tot in
het innigste van 't hart is doorgedrongen, verband ze uit
het zelve noodwendiglyk alle wezentlyke boersheid, ten
minste jegens 'tgeliefde voorwerp; Noit is ze welspree-
kender, en beter in staat om zig zelf op 't kragtigste en
levendigste af te malen, als wanneer 't verstand haar alleen
laat begaan, en zig met haare belangen niet bemoeit. Ze
vertoont zig alsdan in de uitdrukkingen, die haare hevig-
heid zelf als weet te scheppen, in haar volkome waar-
heid, en oprechtheid, en kan nauwlyks missen zig te doen
kennen voor 't geen ze is; 't Hart zelf spreekt, en doet zig
onfeilbaar aan 't beminde hart hooren, en duidelyk verstaan.
Van die waarheid heb ik niet lang geleden een aangenaam
voorbeeld gezien, 't welk ik zal tragten met zyne waare
verwen af te schilderen.
My bevindende in een voorkamertje aan een venster met
een hordetje bedekt, om de aangenaamheid van een heldere
maneschyn te genieten, zag ik, zonder gezien te worden,
myn naaste buurvryster, een zoet geschikt meisje van agtien
of negentien jaar, op haar stoep staan, met een stoofje
onder haar voorschoot, waarschynlyk om haar moeder op
te wagten, een hupsche deugdzame Weduwe, die, met voor
de luiden, (geholpen door dit haar eenig kint,) linden te
nayen, fatsoenlyk aan de kost weet te komen. Dewyl
Agnietje wat heen en weer trentelde, komt 'er een tim-
mermans knegt, een wakkere welgemaakte jonge, (dog die
niet veel ouder zynde als 't meisje, 'er nog zo wat lobbes-
agtig uitzag,) met zyn hoedje in de hand, en met al de
tekenen van schroomagtigheid, naar haar toe treden. Ter-
stond scheen ze eenigszins ontzet in huis te willen gaan,