Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
3S0
't pond zou kosten, en nouw om dat ik deze hele week
in de zuizing ben gebleven, en niet een steek gewerkt
heb, komt men wyf en maakt en leven of ze bezeten is,
't vleesch, zeid de zottin, komt ons duurder te staan als
of we 't in de hal gekogt hadden; want, zeid ze zo, zes
gulden van de week verzuimt, en ruim vier aan drank
geconsumeert, dat maakt tien, en op weinig na de helft
van 't geen de voet ons gekost heeft, 't Is ummers of de
vrouwluiden de duivel in hebben, dat ze nooit vernoegt
kunnen wezen. Want dat ik verzuimt en verteert heb, dat
is althans 't beest zen schuld niet, dat ummers op allerlei
manieren, boven wensch gelukt is. Ze rekend voor niet al
't pleizier, dat ik 'er van gehad heb, de eer die ik'er deur
heb behaalt, en wat al respect de heele waereld voor me
getoont heeft, gelyk ook de spyt van onze afgunstige buren ;
Ze durft evel zeggen dat ze wouw dat ik met het beest
aan de galg hong. Nouw wat my aangaat, dat heb ik
meer van 'er gehoord, maar 't beest zyn repetatie moetze
ongeschonde laten. Zo j'er zulke parten niet uit de kop
praat, zei ik z'er met een endje houts uitkloppen, en om
'er te bruyen, nog een heele week geen hand aan 't werk
steken, en me alle dagen vol zuipen; want het beest geeft
me overal crediet. &c.
OUD-HOLLANDSCHE BURGERVRYAGIE.
(20 Maart, 7 April, en 11 Mei 1733.)
EMOLLIT MORES, NEC SINIT ESSE FEROS
OVID.
Heer Spectator.
In myne eerste jongehngschap heb ik zo in my zelf, als
in myne makkers ondervonden, dat, in die bloem der jaren^