Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
379
die beesten myn allegaar toehoorden, dat ik 'er in 't
minst niet gevoelig over was. 's Anderen daags kwamen
nog wel hondert menschen kyken, die ieder ook een klok
moesten hebben, zo dat ik tegens de middag 't spek al
weer weg had. 't Zou onredelyk geweest hebben, dat ik
dien dag weer aan 't werk was gegaan, te meer dewyl
wegens het koel weer het beest 's avonds zou afgehakt
worden, en ik 'er noodzakelyk by moest wezen, wegens
de weddenschappen. De Nierbedden wierden voor eerst,
volgens de gewoonte uit het beest gedaan, en tot myn
ongeloofelyke vergenoeging woeg het heele smeer zo net
as een gedagten zes en zeuventig pond, en schaars twee
loot. Den ander wou staande houden, dat hy op de Nier-
bedden maar alleen gewet had, maar ik liet me zo niet
foppen, en pretendeerde dat de krans &c. ook by 't smeer
moest gerekend worden, daar ieder me gelyk in gaf, zo
dat ik dat vooreerst won, en onze buurman gedwongen
was 't geld, terwyl hy nog braaf uitgejouwt wierd,' 'er by
op te dokken, en in een darde hand over te geven. Wat
het gewigt van 't beest aangaat, dat won ik al mee en
zelfs, wanneer we om de keur van de voet uitstaken, ging
het me al weer na wensch, zo dat alles zodanig mit me
veur de wind liep, dat ik men geluk voor geen keunink-
ryk zou geruilt hebben, 's Anderen daags wou men wyf
me weer na de winkel hebben, en men baas zelf stuurde
om me, om dat 'er rouwwerk was gekomen; Maar daar
kon ummers niet ingetreden worden, en, gelyk de studenten
zeggen, dat deeden in zoon geval de ouwe Romeinen 'er
leven niet. De verloore jenever moest zekerlyk gedronke n
worden en die smaakte zo wel, dat 'er botje by botje, nog
al eenige andere kannetjes door 't keelgat liepen, 't Mogt
'er ook op staan, want een Schoolmeester van de buurt
had uitgereekend, dat het vleesch, dat zo deurwassen was,
als of het gemarmeld was gweest, ons pas seuven oortjes