Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
373
En zeper onze vrienden van de witte Akoleyen hebben
niet weinig moeite gehad om heur ouwe schatten te ber-
gen, en ze van de eene poort na de andere over te bren-
gen, zo rouw leefden'er de jonge schilders mee, dat Ummers
niet hupsch noch broederlyk gehandeld is. Maar we zyn
te Zwammerdam, ik wensje behouwe reis. Heerschop,
en bedank je veur je gezelschop.
S. Ik bedank u insgelyks, en wensch u het zelfde.
Hier heeft de Lezer het verslag van ons gesprek, waar
van ik aanstonds een registertje op myn tabletten maakte,
om het zo min te vergeeten, als mogelyk was, en ik zal
vergenoegd zyn, zo het hem zo weinig verdriet, als het
my verdrooten heeft, waar van ik eenig bericht ontvan-
gende zal trachten gelegenheid te krygen om nader agter
de geheimen dier liefhebberen te komen, en dezelve het
publyk gulhartig mededeelen.
THIJSBUURS os. (8 Dec. 1732.)
Een Student moetje weten, die op men kamer woont,
heeft men onlangs een van je boekjes geleent, en'k heb
het zo wat doorlopen, maar 't is doorgaans zo mooy dat
ik het niet versta, en ik schryf je expres, om dat je eens
iets zou kunnen laten drukken, dat al de waereld bevatten
kan; en dan nog om andere redenen, die je wel haast zien
zult. Ik zei je dan vooreerst zeggen, dat ik meesterknegt op
een schoenmakers winkel ben, en dat men baas voor meest
al de Heeren werkt. Hy houd schrikkelyk veul van me, en
hy bekend rond uit, dat hy in de heele stad geen nugterder
en neerstiger werkgast en kend, voornamentlyk onder ons
volkje, dat juist de beste naam niet heeft, 't Is wel waar
dat eige lof stinkt, zo als 't spreekwoort zeid, maar ik moet
evel bekennen, dat men Baas daar gelyk in heeft;'k mag