Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
368
S. Indien dit uit uw eigen koker komt, moet ik zeggen,
dat gy de Dichters met oordeel leest.
R. Zo vraagt men de boeren de kunst of Heerschop;
maar om voor jou niet te veinzen, ik heb het van een
gestudeert persoon, die voor eenige jaren by onzen Baljouw
logeerde; en ons terwew bygewoond hebbende, daar uit dat
bewys van onze aeloudheid heeft opgemaakt; maar je zoud
je leven niet geloven hoe vast we daar door op het rym
worden; ja we hebben in ons dorp een jong borsje van
agtien jaar, die in eene week de helft van een boek, dat
Sesdaagsch Winterbuitenleven hiet, al heel mooi op rym
heeft gebrocht, en als het of is, zal hy het met een op-
dracht aan den ongenoemden Schryver in vier Refereinen
van twaalf regels, mids dat hy vyf en twintig guldens voor
zen moeite krygt, in druk uitgeven.
S. Het boekje, daar je van spreekt, heb ik eens ter loops
gelezen, maar hoe zal het de jonge Liefhebber met de
letters stellen, daar de namen mee betekent worden?
R. Al wel: ik ken niet zien, of het laat hem in 't rym zo
pleizierig lezen als in het ongerymde werkje zelfs, bij
voorbeeld, dit heb ik 'er van onthouwen.
My geevende bescheid ik haar voor R straks kende.
Die wel eer had gewoont by zekre Mama,
Die E hiet, daar ze toe bedurf myn neef P: H.
S. Met verlof vriend, ik zalze opschry ven, want ik heb
zo goede geheugenis niet als gy, de twee andere vaerzen,
die ik uit uw mond gehoord heb, zal ik niet vergeeten, zo
hebben ze my over uwe vlugheid verbaasd gemaakt.
R. Je hoeft me niet te zweeren, dat je zo wel niet met
je memorie staat als ik, wy oeffenenze wat meer, en uizee-
reeren doet leeren, zeit het spreekwoord. De weinige boe-
ken, die we hebben, kennen we schier van buiten, en jou
lui hebt 'er zomtyds zo veul, dat je geen tyd vind om het