Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
366
verhalen, want het was een koddige poets; de Redenkamer
van de Lely onder de doornen voerende tot zinspreuk, Uit
Liefd' bestaen, zou op een kermis de koninklyke spullen van
Josef vertonen, en had een houten tent laten opslaen, die
van agteren met een uitstek over een sloot hing, daar een
schuit inley onder een opening, die men expres in de vloer
van 't uitstek gelaaten had, om in het eerste deel Josef daar
door als in een put te laten zinken; de kostjongens van het
Fransche School hadden dit gemerkt, en, toen men in 't be-
gin van 't speulen was, ja niemand eenige agterdogt had,
de schuit weggevoerd, zo dat Josef, toen hy in de kuil zou
worden neergelaaten, tot aan de hals toe in de kroost en
modder zakte, 't geen hem zo eysselyk schreeuwen deed,
dat al de k ykers riepen: Hoor Josef eens Maegen, het gaet
je aen je hart, wat speult hy mooi! de anderen gingen
vast voort tot dat hy zyn tweede klacht geëyndigt hebben,
en aan de Ismaëlitische Koopman geveilt kon zyn, daar
gelykje weet, wel een quartier mee verloopen moet; maar
toen ze hem uit de sloot getogen hadden, was hy zo nat, be-
kroost en bemoddert, dat hy op het toneel komende hem
schudde als een waterhond, en met een grouwelyke boos-
heid daar of liep, niet anders roepende, als ik schaay 'er
uit, ik schaay 'er uit; waar doorze zo lang gedwongen
waren met speulen op te houwen, tot dat ze een andre
Josef gevonden hadden.
S. Ik twyfel niet of die onvoorziene klucht zal ruim zo
groot een geschater onder de aanschouwers, als verlegenheid
onder de vertoners veroorzaakt hebben; maar wyl we van
deze spelen van Josef spreeken, moet ik u, die 'er menig-
maal een rol in gehad zult hebben, eens vragen, of ge my
ook een klare uitlegging kunt geven van iets, dat ik nooit
recht, hoe dikwils ik het ook geleezen heb, bevatten kon;
het is in deszelfs tweede klacht, die ik geheel van buiten
ken; en vervat iu deze woorden.