Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
365
u leeren mogt, wyl we zeer zelden gelegenheid hebben om
met leden van uwe kamers om te gaan; want in de steden
is het 'er te ver mee verloopen, en op het land komen wy
niet dan om ons te vermaken en den boog te ontspannen.
Dus gunnen we ons den tyd niet om daar met een ervaren
lid van de kamer eens een ernstig gesprek over haar bedryf
te houden; al wat we doen, zo 't eens gebeurt, dat 'er in
het naastgelegen dorp eenige t'zamenkomst der liefhebbers
is, bestaat in het zien der intreede, en der spelen, die 'er
vertoond worden, meer om te spotten met het geen ons
vreemd en ongerymd schynt, dan om ons te verwonderen,
hoe menschen die altoos hunne handen met andre bezig-
heden vol hebben, zo ver kunnen vordren, dat ze op een
publyk toneel allerlei personaedjen durven vertoonen, zon-
der door het gewoel, gelach, en de verdere luidruchtig-
heden der kykers van hun stuk te raken, daarwe veeltyds
ons geld spillen in de komediën, om de speelers gedurig
in hunne rollen te zien haperen, zo dat ze menigmaal door
den Boekhouder daar niet weder op te helpen zyn, want
dit moet ik tot lof van uwe kunstbroeders zeggen, dat ze
zeer rolvast zyn, en men klaar kan zien, dat ieder zich
bevlytigt om zyn best te doen, en de prys te helpen
winnen."
„Dat is de waarheid Heerschop," antwoordde ...
Maar ik geloof, dat het den Lezer beter genoegen zal,
dat ik ons verder gesprek, om al die herhalingen van ik
zeg, hy gaf tot antivoord, enz. te vermyden, by wyze van
t'zamenspraak afhandele, zullende mynen reisgenoot door
de letter R, dat is Redenryker, van my, die als Spectator
door de S, betekend word, gemakkelyk te onderschei-
den zyn.
R. Dat is de waarheid Heerschop, en 't moet al wat meer
als gemeen zyn, dat ons verstommen zal; evenwel is het
in me jeugd te Noordwyk eens gebeurd, en dat moet ik je