Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
364
de Hervorming van den Godsdienst, waar op de vryheid
van conscientie, die wy genieten, gebouwd moest worden,
in zyn geboorte gesmoord zou hebben, wyl het aan hun
niet gefaalt heeft, dat alle Roomsehgezinde Vorsten; zelfs
die ons uit Politie tegen Spanje de behulpzame hand boden,
hunne wapenen niet keerden tegen het land, daar zo onbe-
zuisd op de weereloze voorwerpen hunner religieuze eerbied
wierd gewoed; 't geen den algemenen Staaten geen kleine
moeite gekost heeft om voor te komen; ik zwyg van het
schynrecht, dat zy den wrevelen Filip gaven, om op het
aannemen der bloedplakaten, door zulke ongeoorloofde feite-
lykheden uitgetart, sterker aan te dringen: Neen, uwe
aloude loffclyke voorzaten gebruikten buiten hunne welbe-
redeneerde spelen van zinnen in hunne vertooningen ook de
zogenaamde boeken der Leken, dat zyn de schilderyen en
beelden, om de oogen der aanschouweren aan zodanige pop-
penkraam van jongs af gewent, op een zachte wyze te ope-
nen, daarze eertyds dienden om hen blind te houden in
het wezendlyke van den Godsdienst. Hier uit kunt gy mer-
ken, of ik de Rhetorika haren lof benyde, en of het uit
verachting der kunst spruit, dat ik op den tegenwoordigen
stand der kamers niet zeer gevat ben, want van de ouden
heb ik schier al wat 'er in druk is geleezen, en mogelyk
zal u wel bewust zyn, dat die boeken thans lustig opge-
zocht worden, voor al door de liefhebbers van onze taal,
die zich geenen arbeid ontzien, om de oude Duitsche woor-
den, die uit het gebruik geraakt zyn, waar 't mogelyk, op
het gezag dier Dichteren weder in te voeren, hoewel ik
gaarn bekennen wil, dat zulks myn minste inzicht is; want
gelyk ik het geld gebruik, dat thans ter tyd gangbaar is,
zo gebruik ik ook de woorden, en zoek me slechts te wach-
ten, dat ik door geen valsche munt bedrogen worde. Dus
zou het my een groot genoegen geven, indien ik eenige
zaken wegens den tegenwoordigen staat der Rederykers van