Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
362
om u, Heer Spectator, dit geval meede te deelen, opdat,
zegt zy, haare bekeering tot inkeer mag doen komen een
hoop heerschzugtige Malloten, die niet weeten, dat in de be-
tragting van hare pligt haar geluk en rust opgesloten legt.
Ik blyve, enz.
rkderijkerskoüt. (7 Nov. 1732.)
't Is al een ruimen tyd geleden, dat ik uit den Haag
t'huiswaard keerende, eerst op Leiden, daar ik eenige goede
vrienden begroeten wilde, en des anderen daags 's morgens
met de schuit van negen uuren naar Uitrecht, daar ik mede
iets te verrichten had, vertrok; ik was nauwelyks aan het
laatstgenoemde veer, of zag wel, dat ik de roef niet nodig
zoude hebben om my af te zondren, wyl ik de eenige passagier
was, die mede voer; ik begaf my in deze eenzaamheid aan
't lezen van een boek, dat ik ten dien einde had meegeno-
men, en wy waren reeds aan de molen van Koukerk, eer
ik eenig gezelschap kreeg. Hier stapte iemand in, die tus-
schen 't burgerlyk en 't boersch gekleed zynde met recht
een Huisman genaamt mogt worden, die my gegroet en
de schuit eens rond gezien hebbende met een zwaare stem
dus uitbarste:
De Belden in het ros van Troje hadden 't wis
Benaauwder, als het hier in deze trekschuit is.
Waarop ik hem weder groetende zeide; „Wel zo Vriend
de geest schynt vaardig, want ik geloof dat deze vaerzen
eigen maakzel zijn."
„Ja, Heerschop!" was het antwoord, „daar hoefje niet an
te twyffelen; ik wor nou te met een dagje ouwer, maar al
zeg ik het zelfs, 't is geen tien jaar geleên, dat ik in het