Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
361
volgde zy, zig tot my wendende, ik durf myne oogen niet
op u slaan; ik heb u onvergeeflyk beledigt? Vergeef my
egter zulks uit enkele goedheid, en niet om mynent wille,
die zulks niet verdien, maar uit vrindschap voor myn
Man, die ik u verzekeren kan, dat de tederste agting voor
u heeft. Gy hebt van daag my voor de veragtelykste sottin
van den aardbodem moeten verslyten; doet iets, ik bid
het u hartgrondiglyk, om die gedagten van my te ver-
liezen. 't Geen ik u te verzoeken heb kan myn man niet
mishagen. Vereer dog, zo dikwils uwe bezigheden het
zullen toelaten, ons huis en tafel met uwe tegenwoordig-
heid, en weigerd niet getuigen te willen zyn van deeze ge-
lukkige verandering, die ik hoop dat in myn gemoed be-
stendig zal zyn. Hier op naa haar man nogmaals teeder-
lyk omhelst te hebben vliegt zy de kamer uit, en een
oogenblik daar naa verschynt zy weder, met schoon lyn-
waat, en dekt de Tafel op nieuw met de vorige zuiver-
heid, werpende het afgenomene veragtelyk in een hoek.
Over het dessert raakten zy in een nieuw geschil, maar
zeer verscheiden van 't eerste, myn Vriend zyn vrouwtjes
fout verminderende, en zig zelve beschuldigende, van
te ver gegaan te hebben, en zy in tegendeel, zyn zaak be-
pleitende, en met alle bedenkelyke redenen bewerende,
dat hy wonderlyk wel had gedaan, vermids zy door een
langer lydzaamheid berooft zoude zyn van de heilzaamste
les, die haar ooit konde gegeven worden; Hier in waren ze
het beiden eens, dat ze nooit gelukkiger en ongelukkiger
dag beleeft hadden, en nooit sterker hunne onderlinge
liefde hadden gevoeld. Dit bepaalde ons blyeyndend treur-
spel. Zedert die tyd heb ik daar dagelyks aan huis ge-
weest, en met het grootste genoegen, des Vrouwtjes vol-
harding in haar goed gedrag gezien; ze is bykans zo
trots op haare eerbiedige onderdanigheid, als zomtnige wy ven,
op haare opperheerschappy, zy heeft zelve my aangeport.