Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
358
die onder die wynstorting in eene gedwonge stilte zig
had bevonden, als iemand, die van den donder getroffen,
of van eene schielyke beroerte overvallen is, eensklaps met
brandende oogen van tafel oprees als een heische furie, als:
als of zy haar man in 't gezigt wilde vliegen; Wel, wat moet
ik hier al voor myn oogen zien, schreeuwde zy uit; teel, hoe
zal 't hier nog langer gaan, hen je met de kop gebruit,
Mynheer, of hen je met de drommel bezeten? Meer konze
niet zeggen, zy viel in een leunstoel, alwaar ze een geruimen
tyd, half versmoort in haar snikken en overstroomt van
traanen, bleef leggen; in 't midden van dat gansche onweer
bleef haar gemaal even onbeweeglyk; hy volharde maar in
haar met een streng en stuursch gezigt geduuriglyk aan te
kyken, zonder haar 't minste woord toe te spreeken. Maar
zo dra de storm eenigzins scheen te bedaaren, en Mevrouw
opstond, om uit de kamer te gaan, hield hy haar teegen, en
verzogt haar, met de toon van iemand die 't regt en de wil
heeft van zig te doen gehoorzamen, zig naast hem te plaatzen;
zulks gelukte naa een geringe teegenstribbeling, waarop
myn Vriend, zonder zyn stem te verheffen, met eene be-
zadigde ernst haar in deezer voege aansprak;'tIs myn niet
leed, kind, nog om uwen't wil, nog om mynent wil, dat
't geen hier geschied is in de tegenwoordigheid van Myn-
heer is voorgevallen; ik ken zyn redelykheid en beschei-
denheid; 't spyt my alleen om zynen't wil, vermids hy,
voor de eerste reis, dat hy onze taafel vereerd, in plaats
van smakelyke wijn, de bitterste gal heeft moeten drinken.
Hoewel wy eerst kortelings getrouwt zyn heb ik al ver-
scheidene reizen in beuzelingen gemerkt, dat gy tragtte
allengskens myn behoorlyk gezag te onderkruipen; Dog ik
heb zulks niet laaten blyken, om dat ik wou zien, hoe ver uwe
oneerbied voor uw' Man zig uit zoude strekken, en eene ge-
wigtige geleegendheid afwagten, om u daar omtrent myn
gevoelen bekend te maaken. Weet dan eens voor al, dat