Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
25
meer te spreken, indien ik haar mag hooren zingen.""
„Hoort gij wel, Kornelia!" zeide Van Baerle, „wat Van
den Vondel verlangt! — Een lied! een lied! Ik weet, gij
behoort niet tot de zoódanigen, van wie Horatius beweert,
dat zij alleen dan willen zingen, wanneer het hun niet
gevraagd wordt."
Kornelia bevestigde terstond de waarheid dezer opmer-
king van Van Baerle, door haar cyther te nemen en eenige
Italiaansche melodyen voor te dragen, welke zij, sommige
alleen, andere in gezelschap met hare zuster zong.
„En gij, mijn Heer "Winius!" vroeg Vossius: „doet gij
mede aan de kunst?"
„Wel ongetwijfeld doet hij dat," zeide Vondel: „dat heb
ik heden morgen wel opgemerkt aan zijn wijze van luisteren."
Winius erkende, dat hij nu en dan wel eens wat neuriede,
en, na een paar liederen gezongen te hebben, die mis-
schien daarom te meer toejuiching verwierven, omdat de
woorden Slavoonsch waren en zelfs geen der aanwezige
geleerden er iets van verstond, hief hij een romance aan in
't Italiaansch. Spoedig bleek het, dat hij eenige duëtten
kende, welke ook aan Kornelia bekend waren, en nu viel
hem het onschatbaar voorrecht ten deel, zijn stem aan de
hare te huwen, en, al ware het dan schijnbaar alleen om
't gezelschap genoegen te geven, in brandende poëzy en
smeltende toonen lucht te geven aan wat zijn hart gevoelde.
„Heerlijk! heerlijk!" riep Vondel, in de handen klap-
pende bij 't einde van 't gezang; „maar, met uw verlof,
mejuffer! onze Moskoviet moet niet denken, dat wij Hol-
landers alleen behagen scheppen in 't uitheemsche. Ont-
haal ons nu nog eens ten slotte op een echt Neêrduitsch
liedje."
Kornelia knikte toestemmend en hief terstond een lied
aan van Starter, die de zoetvloeiendste Hollandsche dichter
zijner eeuw, en met Hooft en Stalpaert de schepper was-