Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
356
kost. Ik bespeurde wel haast dat myne begane fout, by
de Vrouw van het huis niet ongemerkt was doorgegaan.
Ik was naauwlyks binnen getreeden, of ik hoorde haar,
na in haar zelve wat gegromt te hebben, uitroepen:
Catryn, brengt hier terstond eens een dwyl, haast u wat!
Mevrouw ontfong my egter met beleeftheid, hoewel wat
koeltjes, en geleide my nevens haar Man in de eetzaal,
daar ik alles van de uiterste nettigheid vond, en wel in-
zonderheid de tafel, die gedekt met fyn en sneeuwit linnen,
door hare aangename en keurige zinnelykheid my als toe-
lagte. Na dat wy een weinig gegeten hadden schonk my
de Huisheer een glas witte wyn, die hy my als uitmun-
tende Bergerac aanprees, en die my, hoewel hy my an-
derzins goed scheen, door zyne malle zoetigheid een weinig
tegenstond. Myn beleefde Vriend scheen, hoe zeer ik myn
walging zogt te bedekken, dezelve te merken; Tenminste
had ik naauwlyks myn glas geleegd, of hy riep tegens
zyn knegt, brengt hier roode wyn, Mynheer zal daar in
mogelyk meer smaak hebben; 't woordje roc^e wt/w joeg
Mevrouw een ontsteltenis op het lyf, en zonder my tyd
te geeven, van myn gevoelen te uiten; Liefste, sprak zy,
Mynheer zal misschien wel een liefhebber weezen van een
glaasje Moezel- of Rynsche wyn, wy hebben kostelyke oude
Bynsche wyn, Mynheer, zeeker die moet je eens proeven.
Ondertusschen was 'er al Pontac op tafel, en myn Vriend
had my reeds een glas daar van geschonken, 't welk van
verscheidene anderen gevolgt wierd. Ik weet niet ooit beter
wyn, en met meer schroom gedronken, te hebben, 't "Was
niet alleen myn eerste misslag, die my omzigtig maakte,
maar ook de oogen van Mevrouw, t'elkens als ik het glas
opnam, op myn hand gevestigt, vermeerderden myne be-
deestheid, en ik zette het nooit aan myn mond, zonder
my naa ter zyde te wenden, om het keurig linnen met
het minste drupje niet te besmetten. Myn Vriend, die een