Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
354
ik heb veel vermoeden op Mama. Myn schildery zou de
verrassing zyn. Ik zou dat oogenblik uitkiezen, waar in
Ryzig voor de eerstemaal zag, dat — ik geheel Moede?
was van zyn kind. Ik zat in myn leuningstoel. Tante lag
met haar hoofd op kussens. (Zy is niet wel, die goede
Vrouw.) Baker was met de Meiden aan 't krakeelen. En-
fin, my dagt, ik kon veilig voortgaan. Kyzig, die ik dagt^
dat op zyn kantoor zat, sloop zagtjes in; stond stil, ver-
baasd, aangedaan. Oogenblikkig schoot hy toe, omhelsde
my en het kind, wilde spreeken, kon niet, kuschte ons,
stamelde, snikte, knielde by my neer.....En wat deed
ik? Kom, ik zal u maar alles eerlyk opbiegten; ik wil
toch niet beter schynen dan ik ben. Ik sloeg myn arm
om zyn hals; en ('t is waaragtig zo. Piet!) onze traanen
vielen op mynen boezem stilzwygende neder. Eindelyk
zeide hy: myn Vrouw, myn lieve Vrouw? 't Was of ik
zo betoverd was; want ik zei, en dat wel voor 't eerst
van myn leven: myn lieve, eigen Ryzig. Zo dat, kind, als
ik myn Man nu niet naar myn hand kan zetten, zal ik
in vrede — uw voetspoor volgen! Ik wilde echter om
geen millioenen van waerelden, dat hy dit myn oogmerk be-
vroedde, of laat ik zeggen, dit voorneemen bevroedde.