Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
343
ontmoet, zy terstond een knegt zendt, om die documenten
van haar huis te gaan haaien. Smaakt u dit niet, Pie^e?
zo eene Vriendin heb ik!
Wat is die Ryzig toch een Beul, een Tiran! Zedert
gisteren morgen, (en dat daar ik in zo een staat ben,)
heeft hy tegen my ingelegd. Ik zal het nu evenwel win-
nen. Het is een zaak van conscientie, en ik ben nog al
even consciëntieus, als toen ik nog in zo een staat niet
was. Zie hier ons verschil. Myn geweeten klaagt myaan
over myne Tante Martha; ik wil haar nog eens bezoeken,
voor ik naar myn dood ga; want gekheid apart, het kon
gebeuren, dat ik er het lieve leventje by in schoot. Ik
moet des maaken, dat de reekening effen is; en omtrent
xiie goede Vrouw is nog wat te vereffenen! Gruwlyk heb
ik haar geplaagd; trouwens, gy weet het. Hy is naar de
Beurs. Zo ik hem het Net over het hoofd gegooid heb,
zult gy het in het Postscriptum weeten: anders vaarwel.
Hier en hier namaals — uwe vriendin.
P.S. Victorie ! my is de zege! Ja waaragtig, ik triom-
feer; en kom ik er maar leevend af, dan zal dit maar myne
eerste en weinig beduidendste overwinning zyn. Ik wilde
liever wandelen; dat niet. De koets wordt gereed gemaakt.
Kom, schielyk wat in de noppen, en de Pelise om. Ik
liet my al in voorraad kappen, en zo met mynen over-
wonnen Held in triomf naar Zeemansrust. Ik kom voor
den avond weer t'huis; of het echter wat laat wierd,
daarom schryf ik deezen af, op dat hy met de avond-
-post kan vertrekken: anders zou ik u zeker van myne
visite nog wel wat schryven; er zal wel wat voorvallen.
Wat zal ik hem uitlachen! Hy kan dan wyken! Meer
wilde ik niet weeten. Daar gaan wy.
*
* *