Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
338
nog te pas komen, al was het maar, om u nog gevoeliger
te maaken voor uw eigen zoetzappig geluk.
De Man. [zich aankleedende, al heen en weer hennende.]
Blyft gy nog wat leggen. Vrouwtje? [6 Dan hen ik al
narrig, moet gy weeten; om dat hy my aanspreekt.]
De Vrouw, [met een stem, die zo van tusschen de kus-
sens op dommelt.] Blyft gy nog wat leggen? beduidt dit
niet; kom, sta op? Als gy dit meende, moest gy my niet
wakker maaken, maar als een muis zo stil weg sluipen.
De Man. Mama is al beneden, lief.
De Vrouw. Mama kan wel begrypen, om ten vyf uuren
beneden te komen; zy gaat ook met de kippen op stok!
De Man. Wel, kind, laaten wy ook vroeger naar bed gaan.
De Vrouw. Als ik tagtig jaar ben; zo lang zult gy dienen
te wagten.
De Man. Nu, blyf maar daar je bent! Ik dagt nog al,
of gy met my ontbyten wilde.
De Vrouw. Gy dagt nog al! Wel, ik heb er wat liefs
aan, om met u te ontbyten. Je schrokt je boterham schielyk
binnen, en drinkt je kolïy, of je zo naar de schuit moest.
En onderwyl schommel je nog in je brieventas, of doet
uw koussebanden aan; er is naauwlyks een woord voor
my over. [Dan wordt hy ook knorrig,]
De Man. Ja, je hebt een regte lompert van een Vent;
hy is geen zier polit; hy leeft waaragtig in zyn eigen
huis, of hy t'huis is ... . Blyf te bed; de dag is nog
lang genoeg, om te grommen. [Dan gaat hy weg, en ik
als de drommel overend, in vyf minuten hen ik heneden.]
Ik kom in de zaal. Daar zit Mama in volle morgen order,
het kapzel voor den geheelen dag reeds in orde, een keu-
rige wit gekeperde mantel om, een wit beddejakje en boe-
zelaar en mofjes aan, net als zo een stuk versch gevallen
sneeuw en ys, regt over end met den groenen bril op, in
een allergrootst foliant Bybel te leezen, terwyl zy met