Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
336
die ik niet ken, en aan wie my ook niets geleegen ligt?
Myn Heer. Zo! Aan wie u niets geleegen ligt! Nu, deeze
twee figuuren, die gy niet eens kent, zullen ten half
tweën hier zyn; en.....
Mevrouw. Dat is wel: ontfang die menschen, ik ga toch
niet voor half zeven uit.
Myn Heer. Gy verkiest dan liever Mevrouw Lentelings
grilligheid te observeeren, dan uw Man te verpligten;
want zo wil ik dit nog wel eens noemen. Ik heb noch
tyd, noch lust, om met u te harrewarren; en daarom,
kort en goed, lieve, ik verwagt, dat gy aan myn vrien-
delyk verzoek voldoen zult.
Mevrouw. Vriendelyk verzoek! zeg zo als het is: zo
als gy 't beveelt. Ik moet het immers volstrekt doen?
Myn Heer. Ongaarn beveel ik, als een verzoek het
afdoet; maar is het noodig, dan beveel ik.
Mevrouw. En ik heb dan voortaan niets te doen dan
te gehoorzaamen, merk ik. [Ik zag misnoegd voor my.\
Myn lieer. Nog eens, kind lief, ik wil niet grommen.
Dat is zo myn aart niet, zo weinig als aan myne Vrouw
ooit iets onredelyks te vergen, al had ik daar al eens
magt toe. Wy zullen vroeg eeten en dan uitryden. [Hy
ging de kamer uit]
En, myn lieve Renard, nu geef ik u eens in stille be-
denking, voor welke Peutêtres, (zeide zekere Dame, die
zeer mooi was met haar Fransch, en wel eens van Eti'es
zal gehoord hebben,) ik by de charmante Mevrouw Len-
teling heb moeten bedanken; want ik durfde het niet
laaten. Mama is wat koortsig, en dan houdt zy haar eigen
kamer. Ik kleedde en kapte my dan in volle orde, en ten
half twee stond er een koets stil: daar uit kwam myn
knorrepot, en de twee vrienden. Laat ik die twee por-
tretten u eens copieeren, Myn Heer de Correspondent is
een lang, geel, mager, uitgedroogd, dun Man, met kuite-