Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
329
schaamen, dat ik over zo een slaaf den Scepter ophief.
Ik heb ook al gezien, dat Ryzig een zeer redelyk Man
is: althans hy heeft my, en ik ben nu al evenwel reeds
negen dagen in zyne geweldadige rtiïneuse handen ge-
weest, nog niets gevergd, dat my onaangenaam valt!... ó
Kind! binnen een jaar of zes zullen wy, als een paar
orgineele Hollanders, het plat getreeden Huwelyks-wegje
druiloorende opwandelen. Ziet gy Vader en Moeder Ryzig
daar niet, op hun Zondaags aangekleed, naar de Nieuwe
Kerk slenteren, met een paar wilde Ieren van Kinderen P
hand in hand voor uit. De Jongen, een dikke vierkante
lompe lol van een Jongen, met een dikken korthairigen
kop, rooije naakte ooren, en een spek hals; tot op zyn
borsje toe nakend, in een flodder broek, met een wit
echarpe wel aartig opgeknoopt. Het meisje, een oolyk loos
gasje, dat ook al meent te weeten: honneur aux Dames;
en veel wysheid toont, in Broêr den weg te wyzen, al
staat de Kerk vlak voor zyn neus. Ziet gy 'tniet? Nu,
wagt dan; en zo ik myn woord niet hou, zal ik maar de
helft schuld hebben.
Het spyt my echter nog al, dat ik zo weinig Partyen
zal mogen houden, want Grootje Ryzig is zo myn trant
niet. Zy is eene van die Vrouwen, die niets goed vinden,
indien het niet van haare uitvinding is. Zy is ook aan zo
eene blinde gehoorzaamheid gewoon, dat men my gemaklyk
by haar van Arminiaanery zal kunnen beschuldigen. Daar
komt myn meester t'huis. Ik groet je, en ben
Uwe Vriendin, alida ryzig geb. leevend.
tante martiia aan mevrouw ryzig.
Zo ben je dan nu ook in het groote Gild; wel, ik moet
je zeggen, dat het my puur aandeed, toen ik je daar zo