Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
328
het nog maar wat waarschynlyk zullen voorstellen! en niet
al te grof liegen; dan is er zo geen raar aan.
Nu nog tusschen ons. Moedige dartele meisjes zyn alleen
baldaadig, als zy zien, dat zy op 't kussen zullen raaken.
En een hupsch kereltje koopt zyne meerderheid duur ge-
noeg, als hy altoos op de wagt moet staan, om geen voet
van zynen grond te verliezen; vermits hy eene dierbaare
Echtgenoote heeft, die hem geduurig een kans wil afzien-
Ik spreek hier niet van die laage "Wyven, die door over-
heersching den troon beklimmen. Neen: die zyn beneden
myn aandagt. Ik spreek alleen van die looze schalke
diefjes, die, zelf als zy rebelleeren, geene dan Vrouwelyke
wapens gebruiken: wier devies niet is: of nu of nimmer,
maar: peu a peu. Men zegt dikwyls, dat tirannige Vorsten
oproerige Onderdaanen maaken. Niet altyd: een dwinge-
land zou my het leven tot een last, maar nooit oproerig
kunnen doen worden. Maar beter ben ik echter overtuigd,
dat elke huisselyke Catharina de derde haare laffen karak-
terloozen Man onttroont. Ik zou my getroosten kunnen,
om een zeer onbillyk bevel te gehoorzaamen, indien het
my wierd voorgeschreeven door een groot Man, die ver-
diende myn wetgeever te zyn, maar ik zou eene beuzeling
zelfs anders doen, als die my bevolen wierd door een
hedendaagschen Sardanapalus. (Wat woord is „dat!... wat
„hebben, zou Tante Martha zeggen, die Hoogduitsche
„Koningen toch misselyke naamen!")
Zal Ryzig dan geen rein spel hebben? ó Ik estimeer
een Man, die, als hy gelyk heeft, met waardigheid weet
te zeggen: Zo zal H zijn, myn lief. Denkt gy, dat ik een
tiguur naast my zoude kunnen dulden, dat zeventig maal
zevenmaal's daags met een fyn stemmetje, en een glad
fyn bakkesje piepte: al zo als myn Vrouw belieft: al
verkoos Vrouw, dat Man haar Sak aantrok, en con-
fituuren inmaakte?... Neen, waaragtig, ik zou my dood