Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
326
„myne Vrouw zo weinig met myn gezelschap te vreden
„is, zal ik maar weer aan myne affaire gaan. Mag ik u
„evenwel zeggen, Vrouwtje, dat gy u zelf zo zeer zult
„foppen als my? Nooit heb ik u gevleid, nooit uwe uit-
„huissige levenstrant goedgekeurd."
Ik. "Wel, ik blyf immers t'huis, en ik drink immers
thee met u. Is 'tnu nog niet wel?
Hy. Ja, dat is waar. Het eerste gedwongen, en het
laatste zeer ongevallig; ik heb des daar voor geene ver-
pligting.
Ik. Moet ik my dan, om myn pligt te doen, opsluiten ?
Hy. Gy moet toonen, dat uw Mans byzyn u ten min-
sten zo wel bevalt, als dat van een party mallooten en
modegekjes, die gy zelf veracht.
Ik. Myn Man is ook waarlyk heel plaisierig, om zeer
op zyn byzyn gesteld te weezen!
Hy. Uw Man is dan, zo als hy is. Gy hebt hem ge-
kend, en hem echter genoomen.
Ik. Dat is mooglyk zo ongelukkig voor hem, als voor my.
Hy. Dat geloof ik niet. Ik denk niet zeer romanesq.
Hoor, Daatje, gy zult een zeer redelyk Man aan my heb-
ben, indien gy u een weinig naar myne denkwyze wilt
schikken.
Ik. Een weinig: uw weinig zal wat véél zyn, denk ik.
Hy. Gy zult er over oordeelen. Ik wil volstrekt de
Man niet zyn van eene Vrouw du Ton. Ik wil eene Hol-
landsche Vrouw hebben, die zich in haar eigen huis niet doo-
delyk verveelt; en geen Vrouw, die, om dat haar Man geen
laffen gek is, bang van hem is. \Ik zag hem zeer verwon-
derd aan.]
Ik. Ben ik bang van u, Ryzig? dat weet gy, hoop ik,
beter!
Hy. [Hy begon hartig te lachen, en my op zyn schoot
zettende.] Kom, myn lieve meid, laaten wy de kwestie af-