Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
324
my in de fargon te zitten. Jammer is het echter, dat de
Meisjes geene voorbeelden in haare eigen Sex zoeken. Die
zet, stoute meid, verstond ik; maar gy praatte er over
heen! Wat zyt gy lieden met al uwe airs toch op dit stuk
mallooten!
Mama. Kunnen zy met onze hedendaagsche opvoeding
anders zyn? [Ik zweeg, om zyne Moeder te spaaren. Ver-
diende dit geene belooning, daar het my vry wat kostte?]
Tegen zes uuren kwam ik geheel geadjusteerd in de
Eetzaal. Hy keek of hy een spook zag,
Hy. Zo geheel gekleed, lief, en dat zo laat?
Ik. Ongekleed kan ik niet wel uitgaan; en het is nog
pas zes uuren, Ryzig.
Hy. Gaat gy dan uit?
Ik. Zo was 't oogmerk.
Hy. En wist ik daar niets van?
Ik. Och, als gy er op gesteld zyt, dat ik u alle wisje-
wasjes vertel, goed, ik zal er u meê verveelen.
Hy. Wilt gy my plaisier doen, ga dan niet: ik ver-
zoek uw gezelschap; en heb aan myn Boekhouder gezegd,
dat ik niet weer op 't kantoor kom. Toe, Wyfje, laaten
wy met ons beiden thee drinken: [Mama drinkt altoos in
haar eigen kamer, om dat zy voor de stilte is, en zy altoos
kwartier over vyven haar eerste kopje inschenkt.]
Ik. Houd gy er den gek mede? Wel, het is groot
Salet. Als ik niet kwam, was er een gebrooken Party.
Hy. Ik hou er zo weinig den gek mede, dat ik hetu
ernstig verzoek. Kom, de handschoenen uit, de pelise af;
en zet u hier naast my.
Ik. Dat kan niet. De koetsier weet, dat hy met my
ryden moet, en Jacob krygt reeds zyn hoed. [Ik bleef
staan.]
Hy. Kan dat niet? Wil ik u toonen, dat dit heel wel
kan? [Hy schelde.] Jacob, zeg aan Frits, dat Mevrouw