Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
322
agter zit: en als oude Lui zo vlug, zo werkzaam zyn,
blykt het, dat zy nergens aan zuehten: en ook zou eene
zieke Schoonmoeder niet nog wel tien per cent lastiger
zyn dan eene gezonde?
De Man, dat moet ik zeggen, kwam, zo als de Mans
dan zyn, nog al wel gehumeurd van de Beurs. En of-
schoon hy, wyl ik gekapt wierd, nog wel een kwartier
met eeten moest wagten, zo ging het echter nog al schap-
pelyk. Hy keek wat donker; maar een knikje, en een
dag, lieve Ryzig, verdreef die hangende onweerswolk. Mama
zat reeds met haar servet voor, zindelykheids halve met
een speldje onder de borst vast gemaakt. De knegt bragt
het eeten, en onder het gebruiken der middeltjes ging
het dus:
Mama. Daar is, terwyl gy boven waart, hier een doos
gebragt, Dogter. Ik wenschte, dat gy de menschen om een
beuzeling niet zo verre deed loopen, maar afkwaamt, als
zy u spreeken moeten.
Ik. Mama, ik kon immers met myn los gemaakt hair
niet komen; wat zou dat eene vertooning gegeeven hebben!
Mama. Dan moet gy de lui op een ander uur be-
stellen.
Ik. ó Heden, Mama, zy moeten wel anders draaven.
Mama. Ja, de jonge Dames hebben zeker veel vodde-
ryen noodig. Wist ik in myn jongen tyd van kappen?
van die zyde kanten, van al die bungelary?
Ik. De eene gekheid is ligt zo goed als de andre. En
als men de portretten van Mama's jongen ty.d beschouwt,
moet men een groote dozis van geloof hebben, om toe te
staan, dat de Dames toen een hair wyzer waren dan nu.
Wel, ik heb immers in eene ouwe Predikatie van Dominé
Mouche geleezen: dat voor honderd jaar, de Vrouwen zich
opdrilden, of zy zo uit de tente des Satans met een Me-
nuëtpasse naar de Hel wilden.