Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
319
durfde ... 'k zeg grommen! Wel, de Man gaf er my zes
voor een paar: zo bly is hy, geloof ik, dat hy van my
ontslagen wordt.
Wel zie daar dan voor u verschynen den Heer en Vrouw
van Zeemansrust, alias onzen Freryk met zyne derde-
halfhonderdpondige schoone wederhelft. Ik zeg u, Kind,
dat zy in volle pracht en heerlykheid met een Huurkoets
vroegjes aan rolden: want het was nog geen vier uuren.
Tante gaf er goeden reden van. „Dan blykt het zo, kind,
„zei ze, dat men van de familie is; en ik zie er altoos
„zo tegen aan, om met groote Lui zo gelyk in te komen:
„want zie, Nigt, ik wil het wel weeten, wy bennen maar
„Burgerlui; zó niet, wy kunnen het wel doen, en zo als
„het Liedje gaat:
Toed Vader Adam spitte, en Moeder Eva span,
Waar vond men toen den lieer en ook den Edelman?
Zy was maar kerjeus! de zwaare triomfanten zyden
Japon aan, met huizen, kasteelen en zonnebloemen be-
maald; heel mooi, dat moet ik bekennen. De kroon van
Juweelen praalde weder op den dik bepoeijerden rand, en
haar kostelyken kanten muts. 'tIs toch een aartig wyf.
Heden, Tante, (zeide ik,) wat is dat (en ik wees er op,)
een superhe speld! — Doet het(kind? wel, ik zie er zo
veel sujyerbers niet aan; neem hem maar voor jou. Mama
had daar veel tegen, en ik stond ook kapot; maar Oom
haalde die er zeer onhandig uit, zei: Wel, hoe hagel heb-
ben wy het langer, Zus! is myn Wyf langer geen meester
van het haare? Daa zal de speld hebben. Hy gaf my die
met een: — daar, meid, hy past jou beter dan myn oud
testament. Ik stak die in myn toupet: maar toch, zo was
het niet yemeend. Oom. Onze Freryk was heel vrolyk, en
zo proper of hy uit zyn Vrouws porceleinkas kwam. Mama