Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
't was alleen daaraan toe te schrijven, dat hij, onder 't
orgelspel geheel in de beschouwing der zuster verdiept, op
den broeder niet dan vluchtig had acht geslagen.
't Zij, dat Kornelia zijn verlegenheid bespeurde, waarvan
zij echter de oorzaak niet gissen kon, 't zij, dat zij begreep,
dat de jonge Rey hier de hoofdpersoon was, zij wendde
zich tot dezen en vroeg, hoe de stad hem beviel.
De arme knaap kleurde tot achter de ooren en wendde
de oogen naar zijn leermeester, als om diens bijstand in
te roepen: deze verlegenheid van zijn kweekeling redde
"Winius uit de zijne, en, zich geheel herstellende, „mejuffer !"
zeide hij, „mijn jonge vriend zal voor als nog het voorrecht
moeten missen, zich met u te onderhouden: hij spreekt,
helaas! nog geen ïs ederduitsch, en zelfs, wat nog erger
is, geene dier talen van 't westelijk Europa, waarin gij
ongetwijfeld uitmunt: — althans, zoo ik mij niet bedrieg,
waart gij de zangster, welke ik heden morgen een zoo zui-
ver Spaansch hoorde zingen."
„"Wij zullen elkander spoedig leeren verstaan," zeide
Kornelia, zonder deze plichtpleging te beantwoorden en
terwijl zij een welgevalligen blik op den knaap richtte :
„hij zal mij Poolsch leeren en ik hem ons Nederduitsch:
en wij zullen zien, wie de snelste vorderingen maakt: en
dan moet hij zich verder met Izaak en Gerard oefenen,
die van zijne jaren zijn."
De beide knapen. Izaak, die eenmaal zoo beroemd zou
worden en nu reeds op zijn twintigste jaar Vondel aan
't vertalen van de Elektra hielp, en Gerard, die op zijn
negentiende een uitgave van Vellejus Paterculus bezorgde,
traden vooruit en werden, even als hun zuster, de veertien-
jarige en nu reeds met de rijkste gaven vercierde Johanna,
aan Rey en "Winius voorgesteld. Vervoigends werd door
dezen met de overige gasten kennis gemaakt, waaronder
zich ook Vondel en Van Baerle bevonden. Men nam