Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
315
zyt zo naauwhartig, dat jelui ook, het geen je zelf niet
genieten kunt, nog aan andren misgunt. Wie weet of hy
u, op poene van niet neemen, niet heeft doen belooven, dat
gy Wim Leevend niet met uwe lieve mollige zagte hand,
(dat is even zo veel,'' Piet; gy hebt toch lieve handen,)
zoud begunstigen, ook niet zo lang, als de jongen noodig
had om u op te leiden. Nu, ik wilde om geen honderd
waereldeu; alle zo mooi als de beste waereld van myn
Broêr den Student, dat Ilyzig die krullen in den kop
kreeg. Wel, de snaak zou ondraaglyk voor my zyn; en
ik kon er ook zo min aan beantwoorden als de steenen
Roeland, die in onze jeugd, ten minsten nog een stuk
daar van, op het hoekje van de Kolk stond, ó. Onze Huw-
lyks-Muziek zal veel meer in den Oorlogstoon dan in het
Menuetpasje vallen.
Miserabel nog toe, wat heeft uw Pastor Fido het ellen-
dig voor zyn hart! De Buitenlanders mogen waaragtig wel
praaten, dat wy, Hollanders, koudvogtige ongevoelige cre-
atuuren zyn; (zie de Wilden van Europa enz) Het zou
er bedroefd uitzien, indien er geen Ryzigs en Daatjes
waren, om in deeze de eer onzer Natie op te houden;
want ik zou gemaklyk een geheel kabinet van gevoelige
zielen in den omtrek myner bekenden kunnen verzamelen.
Ja zelf, heb ik gehoord, dat een onzer Zeehelden eene
Proeve schryft over het Tédere; dat hy die Proeve zal
uitgeeven, met plaatjes van Eisen en Gravelct, en opdraa-
gen aan Colardeau. Ryzig zegt, dat Everards geene oogen
heeft dan voor u. Waar bemoeit hy zich meê? Of wil
hy my toch op alle wyzen verzeekeren, dat hy wél oogen
heeft voor u, en voor alles, wat hem behaagt? ó Die lieve
oprechte man! Ik heb nog wat tegen uw aanstaanden;
hy is my veel te mooi voor een man. Wel, hy is moojjer
dan gy en ik. Mama zegt, dat ik praat of ik mal ben, en
dat zy u meer dan daaglyks vindt. Nu in vredes naam.