Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
313
ik hou niet van dat vitten en kibbelen en uitpluizen van een
woord. Als het imj maar sticht, ben ik al dubbeld te vreden.
Beproef alles, en behoii het goede, zeit Petrus, of Paidus,
nu, dat is het zélfde. Zie, Juffrouw, ik wou, dat Dominé
zo vittig niet ivas op alle dingen; daar door komt hy
geduurig aan den haal, en in veel haaken en oogen. Ja,
(zei ik toen, en ik veegde myne oogen af,) ik hen maar
heel gesticht over dat Bym. — En ik (zei Dominé,) zeg,
dat het geen dag mag zien, en dat de maaker een vyand
Gods is. En toen sprak hy met ons van Adam, en de Slang,
en een Proefgebod, en een Werkverbond; maar om dat alles te
verstaan, moet men zelf een Dominé, of ten minsten een
Dominéés Vrouw zyn; het zyn zulke hooge dingen, Nigt.
Eenvoudige lui, zo als myn Man en ik, hebben er niets
ter waereld aan. En het Rym is dan maar heel mooi,
ik zou 't wel willen uitschry ven; dat zou ik. Nou, ik ben
maar heel bly, dat ik in het goeije zo een sloof ben.
Puis! wyze lui zien overäl kwaad water; en als ik danig
gesticht ben, zitten zy te trillen van al de kettery.
En weet gy, waarom ik u dit schry.f? Ze zeggen, dat
Neef het gemaakt heeft. Dominé gaat danig en danig
aan; en hy is niet neer te zetten; ja, hy gaat danig en
en danig aan, zeg ik je nogmaals. En als hy nu eens
niet voort studeert, komen er nog meer wissewasjes in de
familie. Ja, het is wel vast van uw Broer; want die
zekere Juffrouw, daar Dominé het Gedigt van heeft, is
eene speciale van Juffrouw Renard; en Dominé zal Juf-
frouw Pietje daar nader over spreeken, om dat zy zulke
ketteryen durft te gaan zitten leezen: want als het met
het Geloof op zy zit, spaart hy geen kind in de wieg;
en daar zyn ook de Dominéés voor, om op ons lui Ge-
loof te passen; anders hadden wy henlui niet noodig, wil
ik spreeken.
't Zou my magtig spyten, als Willem nu om zo een