Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
311
toch uit zyn borst, want hy was in zyn Japon, (dat ik
wel zien mag voor een Dominé.) Het was eigenlyk een
Gedicht, en al vry groot; ik dagt, dat het een Bruilofts-
gedigt was; hy stelde voor om het eens te leezen: Dat was
koorntje op myn molen; want ik heb, zedert ik getrouwd
ben, geen Gedigt gezien, of, om zo te spreeken, een sticht-
lyk woord gehoord, met de druktens van myn huis-
houwing; ik heb wel wat anders te doen dan gedigten
te leezen, en ook ik heb geen gedigten, en onze Freryk
leest nooit op rym; 't is maar waaweling, zeit hy; en
met zo een slytagtigen jongen, die over al uitgroeit, en
een man, die alles van zyn lyf zaagt, en stukkend werkt:
zo dat, dat was wel geraaden van Dominé. Ik luisterde
als een vink, en de traanen kwamen my in men oogen,
zo daverde Dominé het Gedigt helder op. En al de
zonden van ons land komen er allemaal zo mooi in;
dat moet ik zeggen. Dominéés Vrouw kon niet zwy-
gen, maar zei; dat is juist den spyher op den kop. Net,
hebben de menschen zich zelf bedorven. Wel heden, dat is
zo als de Schrift zeit: God heeft de Menschen goed ge-
schapen, Man en Wyf schiep By ze. Mevrouw Donker
heeft zeker dat zuure bakkes en dien benaauwden uitkyk
niet van onzen Lieven Heer, of de Ouderling Snapop zyn
dikke gemeste lyf; want Mozes zegt, alles was goed. Dominé
zuchtte, trok groote oogen, schudde zyn hoofd, sloeg op
de tafel, gooide het Gedigt neer, wou niet voort leezen,
zo zy niet stil was; al fut, Compeer. Heden, Dominé,
(zei ze, en daar sprak de Vrouw wel aan,) mogen wy dan
nooit eens over het Goeije spreeken ? Dan wordt het spreek-
woord waar, dat de Schoenmaakers Vrouwen met gescheurde
schoenen gaan. Hy las weer wat voort. Ja, (zei Juffrouw,)
konden wy dat weeten, icaarom God zo veel misselyke
dingen toelaat, wy zouden veel geruster leeven. — Ja,
Juffrouw, (zei ik zo,) daar zullen unj nooit regt agter