Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
310
en ik kunnen ky ven, dat het rookt. Hy zet een keel open
als een hooischuur; ik schreeuw er tegen aan; men zou
somwylen denken, dat er een paar honderd Appelwyven
aan den haal waren. Wy ontmoeten elkander in den gang;
ik lach, hy gromt; nu, als men maar nut doet, nietwaar.
Tante ? Ik vind, dat daar myn talent zo al meest
ligt. Over de Maaltyd kom ik u zelf spreeken. Daar is
wat veel aan vast. Hoor, wy zullen Dominé Heftig, en
zyne Vrouw, ook verzoeken; zy weet altoos wat nieuws,
en kan praaten, dat een mensch hooren en zien vergaat.
Myn Broer is niet Sociniaansch; was dat zo, dan zou hy
in de groote Vacantie zeker naar Polen en niet naar
Duitschland willen; want in Polen mogen zy heel wel
Sociniaandery bedry ven. Oom zal wel weeten, waar Polen
ergens legt. Ik heb het vreeslyk volhandig met myn
vryery! Daar is Oom beneden: ik zal hem deezen geeven
Uwe etc. _
tante martha aan alida leevend.
Nou, Nigt, daar is weer een pot te vuur, over jen Broer
Willem, den Student. De Varkens loopen nou allegiier
in 't Kiwon. Booy is nou meester, en de waereld geeft
tol. Ik ga daar naar Dominé: och Heer! ik wist van den
Prins geen kwaad. En Juffrouw Heftig is, zedert dat zy
op ons vriendenmaal was, zo dingzig en zo beleefd; althans
zy wou met dolle geweld hebben, dat ik mêe thee dronk.
Ik kon het haast niet doen; want ik heb t'huis handen
vol werk; evenwel ik deed het maar. Dominé kwam bin-
nen, heel verbolgen, en zo rood als een bietekroot, zo
als het spreekwoord luidt. Hy zei eerst niets; en ik dagt,
wie weet of de Man niet voor de Kerk heeft zitten ka-
veeren. Onder het. theedrinken haalde hy een Brief uit
zyn borst, of uit zyn zak, daar wil ik afzyn... neen.