Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
309
zeil naar my toegekomen is, om my te bekyven. Het
gaat een mensch niet in de kleeren zitten; en zo doende,
zou Oom en gy wel al den moed uitblusschen.
Nu, ik zal echter myn pligt doen. Neemt Tante dat
nu ook al weer kwalyk, dat ik van myne vryage met den
Heer Ryzig niets gezegd heb? Heden! Tante, dat spyt
m}^ zeker. Myne Mama stemt zeer in dit Huwlyk; tus-
schen ons gezeid, zy houdt my voor haar tegenbeeld, ge-
loof ik, want zy leidt onzen Gerrit, voor zo veel zo een
figuur te leiden is; en myn Man zal my dienen te leiden:
zo denkt Mama. Ja, ik heb genoeg tegen zyn verstand
gehad; zie, verstandige Mannen willen meest allen joolige
Vrouwen hebben. Het gaat er mee als met de ryke lui:
al dat zy niet in haar zak steeken, misgunnen zy aan
andren: want geld stopt geen gierigheid. Maar ik moet
evel zeggen, dat hy my toevalt, in spyt van zyn verstand.
Hy zegt, dat eene verstandige Vrouw niet te verwerpen
is, en zeer noodzaaklyk zyn kan. Is dat niet beleefd?
Met Grootje Ryzig zal ik wel eens een aartigheidje hebben ;
maar alles zal goed afkomen, hoewel ik in haar verstand
niet half zo veel zin heb, dan in dat van haaren Zoon.
Maar wat zal ik doen? als Ryzig my is opgelegd, zal ik
hem moeten hebben. Zo dat uw Zoon kan ik niet aan-
slaan; wy zyn en bly ven Neef en Nigt, en ook een Huwlyk
(zo als dit zyn zoude) uit liefde, is niet half zo goed als
een uit reden. Hy zou my immers al laaten doen, wat
ik in myn gekke kruin kreeg? Ik wil ook buiten dit uwe
kleeren enz. gaarn hebben; ik zal ze in kisten opsluiten,
dat zy zon noch maan zien, en zy zullen nooit op Sluizen
en Bruggen hangen te waaijen; zo dat, leg uw hoofd maar
gerust neer: ik zal dat wel bezorgen.
Het schynt toch dat ik geroepen ben, om knorrige aan-
gehuwde Vaders en Moeders te verbeteren. Grootje zal
onder de kuur, al was zy van Kams geslagt. Uw Broer