Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
320
zyne meerderheid; en niet zeer voorkomende. Het schynt,
dat hy alle zyne inneemendheid en beminlykheid alleen
voor zyne hyzondere Vrienden bewaart. Men beoordeelt
hem dus zeer onderscheiden. De meesten noemen hem
trotsch, eigenwys, eigenzinnig en ligt-geraakt; hy wil
met niemand gemeenzaam omgaan. Zyne Vrienden zeg-
gen, dat hy goedaartig, edelmoedig, inschikkelyk, en altoos
in het zelfde humeur is tegen hen. Zyne benyders haaten
hem; zyne Vrienden houden geene paaien in hunne ge-
neegenheid. Zyne minderen pryzen zyne mildheid, zyne
beleefdheid; zyne meerderen noemen hem den grootschen
Amsteldammer. Alle deeze trekken van zyn karakter ont-
dek ik, of zelf, of door myne kinderen, die, zo ook myne
Vrouw, altoos in hunnen schik zyn, als myn Heer Leevend
ons bezoekt. Zyne groote bescheidenheid maakt echter,
dat wy hem niet zeer dikwyls zien. Collega Heftig heeft
my over uwen Zoon geschreeven. Om 's eerlyken Mans
goed oogmerk, heb ik dien Brief beantwoord: dit. Me-
vrouw, in vertrouwen. Gy zult, hoop ik, uit myn spoedig
antwoord zien, hoe zeer ik my toeleg om u gerust te doen
zyn; en ik verbinde my, om, zo veel in my zyn zal, uw
Zoon in 't oog te houden: het is noodig, dat hy daar niets
van vermoede. Zo hy giste, dat men hem verdagt hield,
dat men hem observeerde, — maar gy. Mevrouw, kent
uwen eergierigen Zoon. Met hoogachting teekene ik my,
mevrouwe! Uw Wel Eds. Ootm. Dienaar,
g. maatig.
alida aan tante de harde.
Is het nu al weer honderd? Nu, Tante mag dan mal
met my zyn of niet, maar ik kan het toch rasch ver-
kerven; 'tis wonder, dat Oom niet weer met een staand