Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
305
nen-deeg is. Je hebt immers, hoop ik, zulk een haast niet?
Onze jongen het je in zyn hart en ziel lief; en ik dagt,
dat jy hem ook heel wel zetten mogt. Als je hem bent
opgeleid, zul je hem ook hebben; dat is by my maar paal
vast. Je moet zo maar wat grappen voor hem maaken;
je bent toch een snaak van een meid, en hy zal je wel
antwoorden, al kykt hy zo wat juttig, en 't is een veugel
als hy begint. Ik ben ook wat familie ziek. En het goed
bleef dan onder ons. Gierig bennen wy niet; maar men
sterft zo gerust, als men zo weet, dat je mooije kleertjes,
die je zo zuinigjes bespaard hebt voor Paas pronk, niet
na jen dood by Uitdraagers in kelders gestopt, of op
sluizen en leuningen van bruggen by het 's Gravenland-
sche Veer hangen te waaijen, en van onreine handen, ja
van Smauwzen betast, en verfonkfooid worden. Wel, dat
kon ik in myn kist niet uitstaan. Je zoud er ook geen
zonde aan doen, al trouwde je met jen Neef; je lui bent
immers niet te na in den bloede? Laat eens zien, ik moet
dat evel eerst regt weeten. Myn Jongen is de Zeun van
jen Moeders tweeden Mans halve Zuster. Is het zo niet,
kind? want ik ben daanig tegen het trouwen van Neef
en Nigt; en God de Heer geeft ook nooit zegen daar op;
zo als jy wel begrypen kunt. Wel nou, Daa, dan ben je
myn Dogter; en je weet, al bestraf ik je zo eens, jy hebt
tog vier witte voeten by Tante Martha. Zie, als je zo
wat met my op en neer gingt, zou ik je ligt eens een ding
uit de hand neemen. Zie, ik mag graag dat jonge lui eens
pret hebben, en eens naar de Slaatuintjes of naar Amstel-
veen kruijen. Want een jong mensch is geen paneel-deur;
hy wil ook wel eens uit. Nou moet ik ereis wat met je
overleggen. Wy wouwen ereis een Vriendenmaal geeven.
Haal maar wat volk te hoop. Ryzig ook, en dat lieve
Juffrouwtje Renard verzoek ik vooral. Ach God! daar zal
wel genoeg te eeten vallen. Ik zou Willem, als hy over-
20